<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Natuurfotoblog.nl &#187; belichting</title>
	<atom:link href="http://www.natuurfotoblog.nl/tag/belichting/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.natuurfotoblog.nl</link>
	<description>over natuurfotografie</description>
	<lastBuildDate>Wed, 24 Nov 2010 21:23:09 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.0.4</generator>
		<item>
		<title>Belichting III: zeevogels</title>
		<link>http://www.natuurfotoblog.nl/2010/02/21/belichting-iii-zeevogels/</link>
		<comments>http://www.natuurfotoblog.nl/2010/02/21/belichting-iii-zeevogels/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 21 Feb 2010 09:14:53 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marijn Heuts</dc:creator>
				<category><![CDATA[Fototechniek]]></category>
		<category><![CDATA[Tips & tricks]]></category>
		<category><![CDATA[belichting]]></category>
		<category><![CDATA[broedkolonie]]></category>
		<category><![CDATA[handmatig belichten]]></category>
		<category><![CDATA[tegenlicht]]></category>
		<category><![CDATA[vliegbeelden]]></category>
		<category><![CDATA[vogelrots]]></category>
		<category><![CDATA[zee]]></category>
		<category><![CDATA[zeevogels]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.natuurfotoblog.nl/?p=1272</guid>
		<description><![CDATA[De eerdere artikelen over belichting en het histogram zijn een schot in de roos gebleken en hebben veel positieve reacties opgeleverd van fotografen die 'het' nu helemaal begrijpen. Tijd voor een vervolg in de vorm van een praktijkvoorbeeld: zeevogels.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De eerdere artikelen over belichting en het histogram zijn een schot in de roos gebleken en hebben veel positieve reacties opgeleverd van fotografen die &#8216;het&#8217; nu helemaal begrijpen. Tijd voor een vervolg in de vorm van een praktijkvoorbeeld: zeevogels. Veel fotografen zijn al eens naar een bekende zeevogelbroedkolonie geweest of hebben zo&#8217;n reisje hoog op de verlanglijst staan.</p>
<p><span id="more-1272"></span></p>
<p><strong>Zeevogels<br />
</strong><br />
Er bestaat geen eenduidige definitie voor wat nu eigenlijk een zeevogel is. Een goede richtlijn is dat een vogel op zijn minst in zoutwater dient te foerageren en/of een deel van het jaar op open zee moet leven om te kwalificeren als zeevogel. Enkele bekende en veel voorkomende zeevogels uit de Noord-Atlantische regio:  de Jan-van-gent, zeekoet, alk, papegaaiduiker, kuifaalscholver, drieteenmeeuw, noordse stormvogel, pijlstormvogel en diverse soorten meeuwen en sterns.</p>
<p>Bijna alle zeevogels broeden in grote kolonies, met soms meer dan een miljoen individuen. Deze kolonies zijn echte wonderen der natuur en het is bijzonder spectaculair ze van dichtbij mee te maken. En niet onbelangrijk: ze leveren de natuurfotograaf ontelbare fotomogelijkheden op. Voor elke gemiste kans dienen zich weer tien nieuwe aan!</p>
<div id="attachment_1275" class="wp-caption alignnone" style="width: 343px"><img class="size-full wp-image-1275 " src="http://www.natuurfotoblog.nl/wp-content/uploads/2010/02/zeevogel.jpg" alt="Papegaaiduiker in Engels gras" width="333" height="500" /><p class="wp-caption-text">Papegaaiduiker in Engels gras</p></div>
<p><strong>Waar en wanneer moet je zijn?</strong></p>
<p>Zeevogel kolonies van de algemene soorten zijn op veel plekken langs de Atlantische kust te vinden. Eigenlijk is elk eiland, elke rotskust of klif een potentiële toplocatie. Enkele bekende en veelbezochte locaties zijn Bonaventure Island in Canada, St. Paul Island in Alaska, de Farne eilanden en Bass Rock in de UK, Helgoland in Duitsland en het eiland Runde in Noorwegen.</p>
<p>Omdat zeevogels een aanzienlijk deel van het jaar op open zee doorbrengen en in veel gevallen enkel aan land komen om te nestelen en broeden, zul je als je ze wilt zien in het broedseizoen moeten gaan. In West-Europa broeden de zeevogels in de maanden juni en juli, de jongen vliegen meestal in juli uit over de zeeën en oceanen, de ouders volgen dan snel. Als je van plan bent een zeevogelkolonie te bezoeken, probeer dan zo af en toe contact op te nemen met lokale bewoners om je van de situatie op dat moment op de hoogte te stellen. Jaarlijkse klimaatverschillen zorgen er voor dat het broedseizoen een paar weken speling in beide richtingen heeft.</p>
<div id="attachment_1276" class="wp-caption alignnone" style="width: 510px"><img class="size-full wp-image-1276 " src="http://www.natuurfotoblog.nl/wp-content/uploads/2010/02/zeevogel-1.jpg" alt="Jan van Gent tijdens de landing" width="500" height="333" /><p class="wp-caption-text">Jan van Gent tijdens de landing</p></div>
<p><strong><br />
Voorbereiding ter plekke</strong></p>
<p>Met al die fotomogelijkheden is het verleidelijk in alle enthousiasme meteen als een gek te gaan fotograferen en in een paar minuten je kaartjes te vullen. Wil je echter die prachtige beelden maken die je in je hoofd hebt, dan loont het zich eerst wat denkwerk te verrichten.</p>
<p>1. Heel belangrijk is de<em> windrichting</em>, vogels landen immers altijd tegen de wind in. Zoek dus een plek waar de wind richting zee waait als je landingsopnamen wil maken, want anders eindig je met een kaartje vol butt shots. Ik spreek uit ervaring.</p>
<p>2. De <em>lichtrichting </em>is minstens zo belangrijk. Als de wind van de goede kant komt, maar de zon van de andere kant, dan kun je een verzameling landende silhouetten gaan aanleggen. Hou er ook rekening mee dat de vogels op steile kliffen broeden in een rotsachtig landschap. Vaak zal de zon dan ook een deel van de dag worden geblokt door rotsen of uitstekende kliffen. Je zult al snel merken dat op je locatie slechts enkele plekken echt ideaal zijn, met waarschijnlijk verschillende plekken voor de ochtend en middag.</p>
<p>3.  Het <em>gedrag van de vogels</em> is ook iets wat enige studie behoeft. Gelukkig zijn de meeste vogels het actiefst in de vroege ochtend en de late middag. Dat treft, want dan is het licht ook op zijn mooist. Maar als je bijvoorbeeld graag een landende papegaaiduiker wil fotograferen, dan is het wel zo handig om te weten dat ze normaliter pas tegen het eind van de middag in de kolonie terugkeren (zolang er geen jongen zijn). Weinig zinvol dus om er in de vroege ochtend vol goede moed voor klaar te gaan zitten. Pijlstormvogels komen bijna alleen ’s nachts aan land en zul je dus (en dan nog met wat geluk) kunnen zien in de (erg) vroege ochtend en (erg) late middag.</p>
<div id="attachment_1277" class="wp-caption alignnone" style="width: 343px"><img class="size-full wp-image-1277 " src="http://www.natuurfotoblog.nl/wp-content/uploads/2010/02/zeevogel-2.jpg" alt="Zeekoet met lunch" width="333" height="500" /><p class="wp-caption-text">Zeekoet met lunch</p></div>
<p><strong>Fototechniek</strong></p>
<p>Zeevogels zijn doorgaans niet bijster spectaculair van kleur. De meeste soorten zijn zwart, wit, grijs of een combinatie hiervan. Geleerden vermoeden dat dit als camouflage moet dienen. Een zwart-witte vogel is lastig te zien door een roofdier op open zee. En een witte buik maakt het voor roofdieren en prooidieren lastig de vogel te zien van onder het wateroppervlak. Vaak zijn alleen de snavel en poten wat feller van kleur, zoals bijvoorbeeld bij de papegaaiduikers.</p>
<p>Als je ooit eerder zwart-witte dieren hebt gefotografeerd, of misschien een bruiloftskoppel, dan zul je weten dat het niet eenvoudig is de juiste belichting te kiezen. Je wilt de witte delen niet overbelichten, maar ook detail houden in de schaduwpartijen. De wijze van belichting die voor mij het beste werkt is een witte vogel (bijvoorbeeld een Jan-van-Gent) van dichtbij te fotograferen en het histogram te checken. Vervolgens pas je de belichting aan zodat de witte delen net niet uitbranden. Op die manier hou je de hooglichten in bedwang en krijg je zoveel mogelijk detail in de schaduwpartijen.</p>
<p>Vanwege het relatief zachte zonlicht in de vroege ochtenden en late middagen in juni en juli zal er dan voldoende detail resulteren in zowel de hooglichten als schaduwen. Zo niet, dan kun je altijd nog één RAW beeld twee keer door de RAW converter halen en in Photoshop samenbrengen. Deze techniek heb ik slechts hoeven toepassen bij opnamen die later in de ochtend tot stand waren gekomen, toen het licht al relatief hard werd. Een andere mogelijkheid is de flitser in te zetten als invulflits. Hiermee kunnen de donkere partijen wat verder worden opgelicht. Ik ben zelf geen fan van invulflits, vooral omdat het een te onhandige set-up is om snel mee te kunnen werken.</p>
<p>De wijze van belichting die ik hiervoor heb beschreven betekent eigenlijk dat je alleen maar in Manual mode zou moeten werken, waarbij je dus zelf de sluitertijd en het diafragma instelt. Er is nog een tweede reden waarom dat de enige juiste belichtingsmethode is in een zeevogel kolonie. De omgeving, en dus de achtergrond van je foto’s, bestaat uit onder meer lichte rotsen, donkere rotsen, groen gras, lichtblauwe lucht, donkerblauw water en duizenden zwart-witte zeevogels. Of nog erger: een combinatie of opvolging van dit alles als je een vogel in de vlucht probeert te volgen.</p>
<p>De meter van je camera zal in Av of Tv mode dan alle kanten op slaan, en probeer dan maar eens snel en juist te corrigeren. Dus nogmaals: Manual mode is de enige methode die hier optimaal werkt.</p>
<p>Zorg er wel voor dat je in de gaten houdt of het licht verandert. Zodra de zon feller of minder fel wordt zul je je belichting hieraan moeten aanpassen. Ook als je silhouetten wil fotograferen zal de belichting aangepast moeten worden.</p>
<p>Een goed voorbeeld van een bijzonder lastige situatie is wanneer je een landende zeevogel wil fotograferen. Ze komen laag boven het water aanvliegen en schieten dan in een steile hoek naar boven. Het water en het onderste deel van de rotsen zullen zich doorgaans in de schaduw bevinden. Dat betekent dat opnamen van de aanvliegroute te donker zullen worden als je meting is gebaseerd op het zonlicht bovenaan de klif. In zo’n situatie werkt helemaal niets en zul je vooraf moeten bedenken of je beelden van het aanvliegen (schaduw) of de daadwerkelijke landing (zon) wilt maken en hieraan je lichtmeting aanpassen.</p>
<div id="attachment_1278" class="wp-caption alignnone" style="width: 510px"><img class="size-full wp-image-1278 " src="http://www.natuurfotoblog.nl/wp-content/uploads/2010/02/zeevogel-3.jpg" alt="Alk voor de landing" width="500" height="333" /><p class="wp-caption-text">Alk voor de landing</p></div>
<p><strong>Apparatuur</strong></p>
<p>Zeevogels kunnen in principe met elke camera en lens gefotografeerd worden, simpelweg omdat de vogels overal zijn. Om scherpe opnamen te kunnen maken heb je echt een statief nodig. Een bonenzak is waardeloos, de rotsen liggen toch nooit op de juiste plek. Vluchtopnamen kun je ook prima uit de hand nemen, je draaicirkel is dan immers veel kleiner dan wanneer je om drie statiefpoten heen moet lopen. Zeker als je op een steile helling staat is dat prettiger (en veiliger) werken.</p>
<p>Neem voldoende reserve batterijen mee, want je zult veel meer beelden maken dan je nu denkt. Zoals eerder vermeld kan een flitser ook van pas komen voor de momenten dat het zonlicht wat harder wordt. Voor vluchtopnamen heb je een camera nodig met snelle autofocus. Denk daarbij niet alleen aan de topmodellen van Canon en Nikon. Zelf heb ik met een Canon 20D die niet bepaald bekend staat om zijn geweldige autofocus heel veel scherpe opnamen gemaakt. Een lange telelens levert de mooiste achtergronden op, maar vluchtopnamen kunnen ook heel goed gemaakt worden met bijvoorbeeld een 70-200mm lens of zelfs een groothoek. Bijkomend voordeel is dat het met zo’n lens veel gemakkelijker is een vliegend projectiel zoals een alk in je zoeker te houden.</p>
<p>Vergeet niet een korte telelens of een zoomlens in te zetten voor foto’s van (delen van) de hele kolonie of een vogel in zijn landschap. Dat soort beelden vormt een welkome afwisseling met al die beeldvullende platen en portretten en zal de aandacht van je kijkers langer vasthouden als je eenmaal weer thuis een presentatie geeft.</p>
<p><strong>Welzijn van de vogels<br />
</strong><br />
Hoewel je heel dichtbij de vogels kan komen en zelfs met een groothoek een portret zou kunnen maken, geef ik de voorkeur aan een telelens. Niet alleen vanwege de mooie vage achtergronden, maar ook met het oog op het welzijn van de vogels. Als je te dichtbij komt, zullen de vogels het nest verlaten, waardoor de eieren te veel kunnen afkoelen of roofdieren een kans krijgen, met als gevolg een mislukt broedsel.</p>
<p>Zoals altijd staat het welzijn van je onderwerp voorop, je foto’s komen pas op de tweede plek. Zeevogelkolonies zijn erg kwetsbare gebieden en de vogels zijn erg gevoelig voor verstoring. Op de route naar de kliffen zul je overal meeuweneieren vinden, terwijl de nesten van de papegaaiduikers zich in holen in de zachte bodem bevinden. Kijk dus goed uit waar je loopt en hou een respectvolle afstand. Kom je een keer te dichtbij, dan is de kans groot dat een grote mantelmeeuw je daar met een welgemikte pik in je haardos (indien van toepassing) op wijst.</p>
<div id="attachment_1279" class="wp-caption aligncenter" style="width: 343px"><img class="size-full wp-image-1279 " src="http://www.natuurfotoblog.nl/wp-content/uploads/2010/02/zeevogel-4.jpg" alt="Alpenkraai" width="333" height="500" /><p class="wp-caption-text">Alpenkraai</p></div>
<p><strong>Andere onderwerpen</strong></p>
<p>De enorme aantallen zeevogels in een kolonie en de bijbehorende eieren en kuikens trekken natuurlijk ook roofvogels aan. Afhankelijk van de locatie kun je onder meer slechtvalken, zeearenden, jagers en valken aantreffen. Andere typische vogelsoorten die je er vindt zijn oeverpiepers, scholeksters en alpenkraaien.</p>
<p>De meeste kolonies bevinden zich op idyllische eilanden met prachtige landschappen, steile kliffen en verre uitzichten over de zee. De kans op mooi licht is in de zomermaanden relatief groot. Maak hier dan ook gebruik van en richt je lens ook eens op deze prachtige omgeving of fotografeer een schitterende zonsondergang. Ook hier geldt namelijk dat een afwisseling in beelden je kijkers langer zal interesseren!</p>
<p>Heb je nog meer tijd en ruimte op je kaartjes over, richt je dan eens op de vaak bijzondere flora of de mariene fauna. In de late lente bloeien veel kleurige bloemen op de eilanden, terwijl in de wateren vaak dolfijnen, zeehonden of walvissen te zien zijn.</p>
<div id="attachment_1280" class="wp-caption alignnone" style="width: 343px"><img class="size-full wp-image-1280 " src="http://www.natuurfotoblog.nl/wp-content/uploads/2010/02/zeevogel-5.jpg" alt="Jan van Gent met jong" width="333" height="500" /><p class="wp-caption-text">Jan van Gent met jong</p></div>
<p><strong>Doen!</strong></p>
<p>Het is ronduit geweldig een keer in een zeevogelkolonie te kunnen fotograferen. Vanwege de veelvoud aan onderwerpen zul je gegarandeerd een paar voltreffers maken. Bovendien is het een prachtige gelegenheid je fotografische vaardigheden eens goed te oefenen en nieuwe technieken te proberen. Je krijgt zoveel kansen op mooie beelden dat het geen ramp is er eens eentje te missen. Het enige nadeel is de enorme berg foto’s die je moet doorspitten als je weer thuis bent!</p>
<p>Verwante artikelen: lees het verhaal over <a title="Helgoland van Rudi Debruyne" href="?p=1011" target="_self">fotograferen van  zeevogels op Helgoland</a> van Rudi Debruyne</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.natuurfotoblog.nl/2010/02/21/belichting-iii-zeevogels/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>15</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Belichting II: manuele belichting</title>
		<link>http://www.natuurfotoblog.nl/2009/03/17/belichting-ii-manuele-belichting/</link>
		<comments>http://www.natuurfotoblog.nl/2009/03/17/belichting-ii-manuele-belichting/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 16 Mar 2009 23:00:30 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marijn Heuts</dc:creator>
				<category><![CDATA[Fototechniek]]></category>
		<category><![CDATA[belichting]]></category>
		<category><![CDATA[fototechniek]]></category>
		<category><![CDATA[manuele belichting]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.natuurfotoblog.nl/?p=266</guid>
		<description><![CDATA[In het eerste deel kwam aan de orde hoe het histogram kan worden gebruikt om te bepalen of een foto "juist" is belicht. We kwamen tot de conclusie dat het zaak is in het veld al een zo goed mogelijke belichting in te stellen. In dit deel zal ik uitleggen hoe je dat kunt doen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In het eerste deel kwam aan de orde hoe het histogram kan worden gebruikt om te bepalen of een foto &#8220;juist&#8221; is belicht. We kwamen tot de conclusie dat het zaak is in het veld al een zo goed mogelijke belichting in te stellen. In dit deel zal ik uitleggen hoe je dat kunt doen.<span id="more-266"></span></p>
<h4>Achtergrond informatie</h4>
<p>Camera’s zijn doorgaans gemaakt om een lichtmeting te geven die een middentoon oplevert. Dat is een bewuste keuze van de fabrikant, want de gemiddelde vakantieganger (het merendeel van de camerabezitters) maakt foto’s midden op de dag, van een diepblauwe (middentoon) zee, een straalblauwe (middentoon) lucht, een groene (middentoon) wei, een middengrijs berglandschap of een willekeurige combinatie hiervan. Door de camera daar op in te stellen, zullen al die foto’s een juiste belichting opleveren.</p>
<p><img class="alignleft size-full wp-image-276" src="http://www.natuurfotoblog.nl/wp-content/uploads/2009/01/goudvink.jpg" alt="Goudvink" width="200" height="300" />Deze foto van een goudvink is een eitje voor zo&#8217;n beetje elke  camera: de hele foto bestaat bijna alleen maar uit middentonen.</p>
<p>Maak echter een foto in volautomatische stand van een zwarte kat in een kolenhok en alles zal grijs ogen. Hetzelfde met een ijsbeer in de sneeuw, alles grijs. De camera is immers geprogrammeerd om een dusdanige belichting te geven dat de uiteindelijke foto een mooie middentoon wordt.</p>
<p>Dat betekent dus dat je de meter zult moeten compenseren (met andere woorden: de camera moet corrigeren) in situaties waarin dat nodig is. De kunst is je camera te leren kennen en te weten wanneer compensatie van de meter nodig is.</p>
<p> </p>
<p>Anders dan vroeger zijn moderne camera’s vaak geprogrammeerd (in integraal- of matrixmeting, waarbij het hele beeld wordt meegenomen) om bepaalde moeilijke situaties te herkennen. Ze passen dan soms al een compensatie toe, bijvoorbeeld bij een sneeuwlandschap of een kolenhok, die leidt tot een belichting anders dan een middentoon. Het vervelende is alleen dat je nooit weet welke compensatie al in de meting is verwerkt. Je weet dan ook niet hoeveel je nog extra moet compenseren, als dat al nodig is. Een snelle testfoto gevolgd door een check van het histogram (NOOIT beoordelen aan de hand van de lcd weergave achterop je camera) kan dan helpen, maar niet bij die eenmalige shots of a lifetime.</p>
<p>Dus nogmaals: het loont enorm te weten waar de sterke en zwakke kanten van je camera liggen. Hierbij zij nog opgemerkt dat zelfs twee camera’s van hetzelfde merk en type een afwijkende belichting kunnen opleveren. Jammer, maar helaas, maar zoals zo vaak baart oefening de kunst.</p>
<p>Achteraf in Photoshop is nog wel het een en ander te compenseren, maar beter is het in het veld de juiste belichting te kiezen. Waarom? In het eerste deel kwamen we al tot de conclusie dat dichtgelopen schaduwen alleen ten koste van veel ruis en artefacten kunnen worden opgelicht. Overbelichte delen zijn al helemaal niet meer te redden. En je zult zien dat het altijd bij die ene prijswinnende foto niet meer te redden valt.</p>
<h4>Belichtingscompensatie</h4>
<p>Compenseren van de meter kan alleen in de creatieve modussen van de camera (wees de baas over je camera in plaats van andersom, en gebruik dus NIET de plaatjes modussen zoals sport/landschap/portret). De meest gebruikte modussen zijn diafragma voorkeuze (Av, de gebruiker kiest het diafragma, de camera de sluitertijd), sluitertijdvoorkeuze (Tv, de gebruiker kiest de sluitertijd, de camera het diafragma) en Manuele modus (M, de gebruiker kiest beiden).</p>
<p><img class="alignnone size-full wp-image-274" src="http://www.natuurfotoblog.nl/wp-content/uploads/2009/01/dial.jpg" alt="Programmakeuze knop" width="300" height="200" /></p>
<p>Hier ter illustratie het instelwiel van de Canon 40D.</p>
<h4>Av mode</h4>
<p>Av modus is prima te gebruiken in situaties waarin de tonaliteit van het beeld niet verandert, maar het licht wel. Je past eenmalig een compensatie toe door een draai aan het wiel (de sluitertijd wordt dan aangepast om de door jouw gekozen onder- of overbelichting te geven). Voorbeeld: een vogel op een tak die steeds vanaf dezelfde positie (bijvoorbeeld bij een voerplek) wordt gefotografeerd. Bijvoorbeeld een kleine minus compensatie vanwege een donkere achtergrond en een vogel met witte delen of een pluscompensatie voor een besneeuwde voerplek waar allemaal kleine zangvogeltjes komen die niet te groot in beeld staan.</p>
<p>Als het licht verandert kan de compensatie (in de meeste gevallen) blijven staan. Lastiger wordt het echter als de tonaliteit van het beeld (onderwerp) steeds verandert.</p>
<p>Voorbeelden:</p>
<ul>
<li>een kraanvogel die eerst voor water vliegt, dan voor donkere dennen en dan voor lichte lucht</li>
<li>een tak bij een voerplek waar eerst een koolmees zit, en dan een beeldvullende kauw</li>
<li>een donker of licht onderwerp dat steeds in grootte (veranderende afstand) varieert, zoals een korhaan op een baltsplek.</li>
</ul>
<p><img class="alignleft size-full wp-image-283" src="http://www.natuurfotoblog.nl/wp-content/uploads/2009/01/kraanvogel.jpg" alt="Kraanvogel" width="300" height="200" /></p>
<p> </p>
<p> </p>
<p> </p>
<p> </p>
<p> </p>
<p> </p>
<p> </p>
<p>In de genoemde gevallen zou in Av mode met integraalmeting doorlopend gecompenseerd moeten worden. De camera neemt immers het hele beeld mee in de meting en zal in de hiervoor genoemde gevallen op en neer stuiteren. Dat gaat zeker een keer mis en altijd op de verkeerde momenten, zeker bij snelle actie.</p>
<p>En dan zul je altijd zien dat je enige mooie pose of scherpe foto compleet over- of onderbelicht is. </p>
<h4>M mode</h4>
<p>Beter is het dan de belichting vast te zetten in M mode. Alleen wanneer het licht verandert hoeft dan een nieuwe meting gedaan worden. Niet zo prettig dus als het een dag met veel kleine wolkjes is, dan blijf je aan het compenseren, elke keer als de zon doorkomt en weer verdwijnt.</p>
<p>In M mode is het een kwestie van een neutraal onderwerp meten en de belichting op “0” te zetten, dan wel bijvoorbeeld sneeuw te meten en in te stellen op overbelichting. In het geval van korhanen is het mogelijk regelmatig de sneeuw te meten en een snelle testopname te maken. De sneeuw wordt zover mogelijk naar rechts belicht. De korhaan is immers zwart, dus geen enkel deel van de korhaan zal lichter dan de sneeuw zijn en er kan dan ook niets uitbijten. Telkens wanneer het lichter of donkerder wordt, voert de fotograaf een nieuwe meting uit en past de belichting aan. Vanaf dat moment is het prijsschieten zonder bij elke opname bang te moeten zijn dan de belichting niet klopt. Dichtgelopen hanen en overbelichte sneeuw zijn beiden niet te herstellen in Photoshop. Het zou toch jammer zijn als een reisje Zweden alleen maar mislukte foto’s opleverde…</p>
<p><img class="alignleft size-full wp-image-290" src="http://www.natuurfotoblog.nl/wp-content/uploads/2009/01/korhaan.jpg" alt="Korhaan" width="300" height="198" /></p>
<p>Een nachtmerrie voor elke camera: een zwart onderwerp voor een witte achtergrond. En dan beweegt het onderwerp ook nog eens waardoor het een steeds wisselend aandeel van de belichting voor zijn rekening neemt. M mode comes to the rescue!</p>
<p> </p>
<p>Extra probleempje: bij weinig licht zijn hoge ISO waarden nodig. Hiervoor is al gemeld dat donkere delen meer ruis bevatten dan lichte. Omdat de fotograaf geen zin heeft in ruiskippen, kan hij de sneeuw zover mogelijk naar rechts belichten. Het resultaat is dat op de RAW beelden grijze hanen zullen staan in plaats van zwarte hanen. Maar grijs is in Photoshop gemakkelijk donkerder te maken met een verschuiving van het zwartpunt. De hooglichten (de sneeuw) blijven op hun plek en worden niet donkerder. Zo krijg je beelden met een juiste belichting en zo weinig mogelijk ruis er in.</p>
<p>Zoals altijd is er dan ook weer een keerzijde. Veel actieplaten zullen niet volledig scherp zijn wegens te trage sluitertijden. Als de fotograaf niet zover naar rechts belicht, zijn de hanen misschien wel scherp, maar ook zwart met heel veel ruis. De sneeuw zal middengrijs zijn. In Photoshop kan de boel nog wel opgelicht worden, maar met extra ruis als gevolg. Zoals altijd is het dan keuzes maken! Liever heeft de fotograaf meer licht gehad zodat hij geen keuze tussen ruis en snelle sluitertijden hoeft te maken. Nobody said it was easy!</p>
<h4>Voerplek</h4>
<p>Ander voorbeeld van een lastige belichting: op een voerplek kwamen allerhande vogels, variërend van kauwen tot de bijna witte noordse boomklever. De voerplek zelf stond in de zon, de achtergrond lag in de schaduw.</p>
<p>Wat te doen? Meet een boom in het zonlicht, dat is immers een middentoon (neem wel geen berk…). Stel in M mode de belichting in en schieten maar. In Av mode zou bij wisselende composities de belichting op en neer stuiteren met gegarandeerd een licht ontvlambare boomklever als gevolg. De donkere achtergrond neemt immers een groot deel van de foto in en zal de meter richting overbelichting sturen.</p>
<p>De fotograaf zal in zo’n situatie moeten besluiten wat het belangrijkste deel van zijn foto is (in dit geval de boomklever) en daar de belichting aan moeten aanpassen. Dat de achtergrond in dit geval bijna pikzwart is, is de prijs die je betaalt. Het enige alternatief (behalve de achtergrond met een pallet flitsers op te lichten) zou binnenblijven zijn. Dan mis je dus opnamen met spannend licht die een welkome afwisseling zijn op de standaard postzegel platen met zacht licht.</p>
<p><img class="size-full wp-image-59 alignleft" src="http://www.natuurfotoblog.nl/wp-content/uploads/2009/01/klever.jpg" alt="Noordse boomklever" width="201" height="300" /></p>
<p>De bewuste boomklever foto.</p>
<p>De voerplek lag vol in de winterzon, de achtergrond in de schaduw. Een lastige situatie om het licht juist te meten. Wanneer in Av mode gemeten was, zou bij wijzigende compositie de belichting op en neer stuiteren omdat de pikdonkere achtergrond een steeds ander deel van de foto uitmaakt.</p>
<p>Beter is het eenmalig de belichting op de zonnige voorgrond te meten en die belichting vast te zetten in M mode.</p>
<p> </p>
<p> </p>
<p>Daarna is het zolang het licht niet verandert fotograferen zonder zorgen. Laat de achtergrond maar op zijn plek vallen, in dit geval deels dichtgelopen zwart en deels donkere dennetonen. Een mooi contrast met de bijna witte vogel en een veel dramatischer plaat dan de bijna identieke foto die eerder op de ochtend werd gemaakt.</p>
<p>In het histogram zie je een klein piekje aan de rechterkant. Dit zijn uitgebeten pixels in de witte vogel. De oorzaak is de conversie van het Adobe1998 kleurprofiel naar het kleinere sRGB profiel.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.natuurfotoblog.nl/2009/03/17/belichting-ii-manuele-belichting/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>13</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Belichting 1: histogram</title>
		<link>http://www.natuurfotoblog.nl/2009/03/04/histogram-en-handmatig-belichten/</link>
		<comments>http://www.natuurfotoblog.nl/2009/03/04/histogram-en-handmatig-belichten/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 03 Mar 2009 23:00:07 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marijn Heuts</dc:creator>
				<category><![CDATA[Fototechniek]]></category>
		<category><![CDATA[belichting]]></category>
		<category><![CDATA[fototechniek]]></category>
		<category><![CDATA[histogram]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.allpix.nl/?p=3</guid>
		<description><![CDATA[Je belichting kun je goed in de hand houden door het histogram te gebruiken en handmatig je instellingen te kiezen. In twee artikelen legt Marijn Heuts uit hoe dit werkt. Dit eerste deel gaat in op  het histogram; over enkele weken volgt deel 2, over handmatige instellingen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Je belichting kun je goed in de hand houden door het histogram te gebruiken en handmatig je instellingen te kiezen. In twee artikelen zal ik uitleggen uit hoe dit werkt. Dit eerste deel gaat in op  het histogram: wat zegt dat over je belichting? Over enkele weken volgt deel 2, over handmatige instellingen.<span id="more-3"></span></p>
<h4>Inleiding</h4>
<p>Het histogram is de grafiek die is te vinden op het display van je camera en die je ook terug kunt zien in je RAW converter en/of je fotobewerkingsprogramma. Het histogram geeft in grafiekvorm de verdeling weer van de donkere tot lichte tonen in een foto. De donkere tonen bevinden zich links op de horizontale as van de grafiek, de lichte tonen aan de rechterkant, de middentonen uiteraard in het midden.</p>
<p>De gehele range van uiterst links naar uiterst rechts is de zogenaamde “dynamic range” (of &#8220;dynamisch bereik&#8221;) van de camera: het bevat alle tonen die de sensor van je camera kan waarnemen en opslaan. Doorgaans bedraagt deze dynamic range tussen 5 en 9 stops. Dat betekent dat het verschil tussen de donkerste schaduw en het lichtste hooglicht dat de camera kan registreren 5 tot 9 stops is.</p>
<p>De voorbeeldfoto’s laten zien wat de relatie is tussen beeld en histogram.</p>
<div id="attachment_59" class="wp-caption alignleft" style="width: 211px"><img class="size-full wp-image-59" title="bp001b" src="/wp-content/uploads/2008/12/bp001b.jpg" alt="eekhoorn in de sneeuw" width="201" height="300" /> </dt>
</dl>
</div>
<p>De afbeelding van de eekhoorn in de sneeuw bestaat uit veel middentonen in de achtergrond, de boomstronk en de rosse vacht van de eekhoorn. Er zijn kleine uitschieters naar rechts vanwege de vallende sneeuw en de lichte buik van de eekhoorn.</p>
<p>De hele range van zwart tot wit wordt hier benut, waarbij het oogje van de eekhoorn en enkele schaduwen in de boomstronk de bijna zwarte delen zijn en de vallende sneeuw de bijna witte pixels bevat.</p>
<p>De foto van de ree in een besneeuwd weiland heeft maar weinig echte middentonen, alleen de vacht van de ree en misschien wat fris groen in de achtergrond. De sneeuw veroorzaakt de piek aan de rechterkant, de donkere dennen zijn de reden van de massa aan de linkerkant.</p>
<p>De opname van de groenling op bemoste stronk beslaat daarentegen bijna de hele range van donkere tot lichte tonen zonder echte uitschieters naar links en rechts.De achtergrond is net iets donkerder dan een middentoon en veroorzaakt de top van de berg. De groenling zelf is wat lichter dan een middentoon, net als de boomstronk. Deze twee componenten beslaan samen met de lichte vlek in de achtergrond de rechterkant van de berg.</p>
<p><img class="size-full wp-image-108 alignnone" title="bp002b_3b" src="http://www.natuurfotoblog.nl/wp-content/uploads/2008/12/bp002b_3b.jpg" alt="bp002b_3b" width="420" height="345" /></p>
<h4>Lastige omstandigheden</h4>
<p>Bij contrastarme lichtomstandigheden (bewolkt weer) kan een camera meestal alle tonaliteiten aan van hetgeen je wil fotograferen, in extreme omstandigheden (felle zon) niet. Denk aan hard licht met zware contrasten, of een bergscene waar de voorgrond in de schaduw ligt en de bergen door de zon worden beschenen. Tonen die dan buiten de dynamic range vallen kan de camera niet weergeven. Ze vallen links (schaduwen) of rechts (hooglichten) buiten de grenzen van het histogram.</p>
<p>De variatie die je in werkelijkheid in de schaduwen nog kunt onderscheiden, laat de camera zien als één en hetzelfde diepzwart, en de lichtste tonen worden allemaal weergegeven als puur wit: de schaduwen lopen dan dicht en de hooglichten bijten uit. Uitgebeten hooglichten zie je op het display van je camera vaak flikkeren. De keus tussen goed belichte schaduwen of hooglichten (allebei kan immers niet) is hierbij aan de fotograaf, waarbij moet worden opgemerkt dat dichtgelopen schaduwen voor het menselijke brein natuurlijker ogen dan uitgebeten hooglichten.</p>
<p>In zo’n situatie zijn er gelukkig verschillende mogelijkheden om het contrast terug te brengen tot binnen de dynamic range. Invulflits (oplichten van de schaduwen) en grijsverloopfilters (tegenhouden van de hooglichten) zijn voorbeelden die in het analoge tijdperk al werden toegepast. Tegenwoordig is het ook mogelijk opnamen met verschillende belichtingen in een fotobewerkingsprogramma als Photoshop te mengen (blenden).</p>
<h4>Geen detail kan soms de bedoeling zijn</h4>
<p>Let op: als er geen detail te zien is wil dat niet automatisch zeggen dat er foutief belicht is. Als een oppervlak geen structuur bevat, zit er geen detail in de foto, maar hoeft er geen sprake van over- of onderbelichting te zijn. Een voorbeeld is een besneeuwd oppervlak op een bewolkte dag. De structuur van de sneeuw is dan vanwege het ontbreken van schaduwen niet zichtbaar, en het lijkt dan net een blanco vel papier. En soms is dichtlopen van schaduwen zelfs wenselijk, denk aan een silhouet.</p>
<div class="mceTemp">
<dl id="attachment_112" class="wp-caption alignnone" style="width: 310px;">
<dt class="wp-caption-dt"><img class="size-full wp-image-112" title="bp004b" src="http://www.natuurfotoblog.nl/wp-content/uploads/2008/12/bp004b.jpg" alt="landende raaf" width="300" height="201" /><p class="wp-caption-text">landende raaf</p></div>
<p>Zie bijvoorbeeld deze foto van een landende raaf: er is weinig detail aanwezig in de sneeuwpartijen. Dit leidt al snel tot de opmerking dat de hooglichten zijn uitgebeten. Een blik op het histogram leert echter dat de sneeuw verre van uitgebeten is: de piek aan de rechterkant raakt de zijkant van de grafiek immers niet. Het kleine piekje dat wel de zijkant raakt zijn een paar uitgebeten pixels, zogenaamde specular highlights.</p>
<div id="attachment_113" class="wp-caption alignnone" style="width: 310px"><img class="size-full wp-image-113" title="bp005b" src="http://www.natuurfotoblog.nl/wp-content/uploads/2008/12/bp005b.jpg" alt="kraanvogel in silhouet" width="300" height="201" /><p class="wp-caption-text">kraanvogel in silhouet</p></div>
<p>Deze foto van een kraanvogel in silhouet is een voorbeeld van een foto waarbij het dichtlopen van de schaduwen juist wenselijk is. In het histogram zie je duidelijk een hoge piek die de linkerkant van de grafiek raakt en dus puur zwart is zonder enig detail. Laat dat nu net de bedoeling van een silhouet zijn! De lucht is bijna geheel lichter dan een middentoon, vandaar de berg rechts van het midden.</p>
<h4>Benut de hele beschikbare range aan tonen</h4>
<p>In de meeste gevallen zou het doel moeten zijn (a) alle tonen binnen de grenzen van het histogram te houden en ook (b) zoveel mogelijk de totale dynamic range te benutten. De meeste RAW beelden die uit digitale camera’s komen zijn echter redelijk vlak en benutten niet de volledige range (met uitzondering van beelden die midden op een zonnige dag zijn gemaakt).</p>
<p>Een van de eenvoudigste bewerkingen om een foto beter te maken in Photoshop is dan ook om door middel van<em> Niveaus (Levels)</em> de aanwezige tonaliteiten te spreiden over de volledige dynamic range. Je doet dat door<em> Beeld&gt;Aanpassen&gt;Niveaus (Image&gt;Adjustment&gt;Levels</em>) te kiezen en in het dialoogvenster het zwarte en witte driehoekje onder het histogram naar het midden te schuiven tot de eerste tonen in de grafiek. Zo zorg je ervoor dat er echt zwart en echt wit in de foto zitten, en niet slechts donkergrijs en heel lichtgrijs. Daarmee verhoog je het contrast.</p>
<p>Ook hier bestaan natuurlijk weer uitzonderingen, bijvoorbeeld bij opnamen van een mistig bos, of een foto van een pootafdruk in de sneeuw. Als je in die gevallen de tonen uitrekt over het hele histogram gaat de sfeer verloren.</p>
<div id="attachment_114" class="wp-caption alignnone" style="width: 310px"><img class="size-full wp-image-114" title="bp007b" src="http://www.natuurfotoblog.nl/wp-content/uploads/2008/12/bp007b.jpg" alt="landende kraanvogel zonder bewerking" width="300" height="201" /><p class="wp-caption-text">landende kraanvogel zonder bewerking</p></div>
<p>Een voorbeeld maakt het effect van <em>Niveaus</em> duidelijk: zo ziet deze opname van  een kraanvogel eruit, rechtstreeks uit de camera. Op zich geen verkeerde foto van een landende kraanvogel.  Kijken we echter naar het histogram, dan zien we dat er links en rechts van de berg behoorlijk wat tonen niet zijn vertegenwoordigd. Er zitten geen echt donkere en lichte tonen in, iets wat je wel zou verwachten (bijvoorbeeld het zwart en wit in de kop van de kraanvogel).  Door nu in Photoshop in <em>Niveaus</em> te schuiven, kunnen de aanwezige pixels worden gespreid over het volledige bereik. Hierdoor zijn er ineens wel bijna zwarte en witte pixels te vinden, en de gaten links en rechts van de berg zijn verdwenen.</p>
<div id="attachment_115" class="wp-caption alignnone" style="width: 310px"><img class="size-full wp-image-115" title="bp007d" src="http://www.natuurfotoblog.nl/wp-content/uploads/2008/12/bp007d.jpg" alt="landende kraanvogel na correctie met 'Niveaus' in PS(E)" width="300" height="201" /><p class="wp-caption-text">landende kraanvogel na correctie met &#39;Niveaus&#39; in PS(E)</p></div>
<p>Het contrast van de tweede foto is duidelijker groter en de foto oogt frisser. Door de bewerking zijn de middentonen ook iets donkerder geworden. Dit kan eenvoudig worden hersteld door het middelste schuifje in<em> Niveaus</em> te verschuiven. Dat is een kwestie van smaak, net zoals sommige mensen de eerste foto misschien natuurlijker/mooier vinden ogen.</p>
<div id="attachment_116" class="wp-caption alignnone" style="width: 310px"><img class="size-full wp-image-116" title="bp008b" src="http://www.natuurfotoblog.nl/wp-content/uploads/2008/12/bp008b.jpg" alt="vliegende gans zonder bewerking" width="300" height="201" /><p class="wp-caption-text">vliegende gans zonder bewerking</p></div>
<p>Deze foto van een Canadese gans ziet er op het eerste gezicht prima uit. De Canadese gans is echter van nature zwart met wit, terwijl het histogram laat zien dat die tonen niet in de foto voorkomen. Ook hier zijn er nog heel wat beschikbare tonen links en rechts van de berg in het histogram. <img class="size-full wp-image-117" title="bp008d" src="http://www.natuurfotoblog.nl/wp-content/uploads/2008/12/bp008d.jpg" alt="vliegende gans na correctie met 'Niveaus' in PS(E)" width="300" height="201" /></p>
<p>Door ook hier de niveaus aan te passen kunnen we de aanwezige pixels uitrekken over de hele range. Het gevolg is dat de gans nu wel zwart met wit is. Het contrast is vergroot en de foto is frisser geworden.  Ook hier zouden de middentonen teruggebracht kunnen worden op hun oude niveau, een kwestie van smaak.</p>
<h4>‘Expose to the right’</h4>
<p>Een belangrijke toevoeging: de verdeling van megabytes (je foto is bijvoorbeeld 8MB) over de tonen is niet evenredig. In de donkere partijen zitten relatief weinig bits, in de lichte tonen juist heel veel. Maak maar eens een willekeurige foto en maak dan nog eens dezelfde foto met een stop overbelichting. De bestandsgrootte van de tweede, lichtere foto zal groter zijn.</p>
<p>Dat is ook de reden dat ruis het eerst optreedt en het duidelijkst zichtbaar is in de schaduwen. Erg donkere partijen die in Photoshop worden opgelicht met<em> Niveaus</em> of <em>Schaduw/hooglicht (Shadow/highlight) </em>vertonen vaak gek gekleurde pixels. Waarom? Er is weinig tot geen bit informatie aanwezig dus de computer zal die er bij moeten verzinnen.</p>
<p>We hebben nu dus twee belangrijke redenen om de belichting in het veld al goed te doen en alle tonen op de juiste plek in het histogram te krijgen:<br />
-    uitgebeten witte tonen zijn niet meer terug te halen met beeldbewerking<br />
-    te donkere partijen zijn alleen maar terug te halen ten koste van ruis en gekke artefacten</p>
<p>Deze twee punten liggen ten grondslag aan het principe ‘expose to the right’. Dat is eigenlijk niets anders dan het zover mogelijk overbelichten van een foto. Niet te ver naar rechts (met rechts wordt de rechterkant van het histogram bedoeld) natuurlijk, want overbelichte hooglichten zijn niet terug te halen. Door zover mogelijk naar rechts te belichten zit de maximale bitinformatie in een foto en krijg je een zoveel mogelijk ruisvrije foto die veel minder zal lijden onder zware bewerkingen in Photoshop dan een normaal- of onderbelichte foto. Belichting terugnemen bij de (RAW) bewerking gaat niet ten koste van artefacten en /of ruis, omdat er geen bits verzonnen hoeven te worden, hoogstens weggegooid.  Let wel: het voorgaande werkt het beste als er in RAW wordt gefotografeerd.</p>
<p>Ook JPG beelden kunnen ‘naar rechts’ belicht worden en later op de computer aangepast. Bedenk hierbij echter dat een JPG een gecomprimeerd bestand is, waarbij reeds 75% van de bitinformatie is weggegooid. Je hebt dus veel minder bitinformatie om mee te werken, en dat leidt weer eerder tot ruis en artefacten bij bewerkingen. Tevens verlies je bij elke keer opnieuw opslaan weer bitinformatie, omdat elke keer opnieuw wordt gecomprimeerd.</p>
<p>Samengevat: &#8216;Expose to the right&#8217; betekent dus eigenlijk dat je een foto ‘verkeerd’ (want over-) belicht, met het doel zoveel mogelijk bitinformatie in je foto te krijgen. Dat is vooral handig als je van plan bent zware bewerkingen uit te gaan voeren op de foto en/of deze als &#8216;fine art&#8217; wil gaan printen, of wanneer je foto’s van onderwerpen met veel zwart (bijvoorbeeld korhanen of papegaaiduikers, meerkoeten of kraaien) maakt. Voor normale fotografie is het eigenlijk niet nodig en misschien alleen maar verwarrend, zeker als je al jaren gewend bent elke foto ‘juist’ te belichten. Voor die gewone fotografie is echter kennis en begrip van het histogram nog steeds van belang!</p>
<p>Nu we weten dat we de belichting eigenlijk al in het veld zo goed mogelijk moeten krijgen, is natuurlijk de vraag hoe dat te doen. Daarover gaat het volgende deel.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.natuurfotoblog.nl/2009/03/04/histogram-en-handmatig-belichten/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>10</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

