Afdrukken Afdrukken

Belichting III: zeevogels

door Marijn Heuts · rubriek Fototechniek, Tips & tricks · 21 feb 2010 ·11 reacties 

De eerdere artikelen over belichting en het histogram zijn een schot in de roos gebleken en hebben veel positieve reacties opgeleverd van fotografen die ‘het’ nu helemaal begrijpen. Tijd voor een vervolg in de vorm van een praktijkvoorbeeld: zeevogels. Veel fotografen zijn al eens naar een bekende zeevogelbroedkolonie geweest of hebben zo’n reisje hoog op de verlanglijst staan.

Zeevogels

Er bestaat geen eenduidige definitie voor wat nu eigenlijk een zeevogel is. Een goede richtlijn is dat een vogel op zijn minst in zoutwater dient te foerageren en/of een deel van het jaar op open zee moet leven om te kwalificeren als zeevogel. Enkele bekende en veel voorkomende zeevogels uit de Noord-Atlantische regio:  de Jan-van-gent, zeekoet, alk, papegaaiduiker, kuifaalscholver, drieteenmeeuw, noordse stormvogel, pijlstormvogel en diverse soorten meeuwen en sterns.

Bijna alle zeevogels broeden in grote kolonies, met soms meer dan een miljoen individuen. Deze kolonies zijn echte wonderen der natuur en het is bijzonder spectaculair ze van dichtbij mee te maken. En niet onbelangrijk: ze leveren de natuurfotograaf ontelbare fotomogelijkheden op. Voor elke gemiste kans dienen zich weer tien nieuwe aan!

Papegaaiduiker in Engels gras

Papegaaiduiker in Engels gras

Waar en wanneer moet je zijn?

Zeevogel kolonies van de algemene soorten zijn op veel plekken langs de Atlantische kust te vinden. Eigenlijk is elk eiland, elke rotskust of klif een potentiële toplocatie. Enkele bekende en veelbezochte locaties zijn Bonaventure Island in Canada, St. Paul Island in Alaska, de Farne eilanden en Bass Rock in de UK, Helgoland in Duitsland en het eiland Runde in Noorwegen.

Omdat zeevogels een aanzienlijk deel van het jaar op open zee doorbrengen en in veel gevallen enkel aan land komen om te nestelen en broeden, zul je als je ze wilt zien in het broedseizoen moeten gaan. In West-Europa broeden de zeevogels in de maanden juni en juli, de jongen vliegen meestal in juli uit over de zeeën en oceanen, de ouders volgen dan snel. Als je van plan bent een zeevogelkolonie te bezoeken, probeer dan zo af en toe contact op te nemen met lokale bewoners om je van de situatie op dat moment op de hoogte te stellen. Jaarlijkse klimaatverschillen zorgen er voor dat het broedseizoen een paar weken speling in beide richtingen heeft.

Jan van Gent tijdens de landing

Jan van Gent tijdens de landing


Voorbereiding ter plekke

Met al die fotomogelijkheden is het verleidelijk in alle enthousiasme meteen als een gek te gaan fotograferen en in een paar minuten je kaartjes te vullen. Wil je echter die prachtige beelden maken die je in je hoofd hebt, dan loont het zich eerst wat denkwerk te verrichten.

1. Heel belangrijk is de windrichting, vogels landen immers altijd tegen de wind in. Zoek dus een plek waar de wind richting zee waait als je landingsopnamen wil maken, want anders eindig je met een kaartje vol butt shots. Ik spreek uit ervaring.

2. De lichtrichting is minstens zo belangrijk. Als de wind van de goede kant komt, maar de zon van de andere kant, dan kun je een verzameling landende silhouetten gaan aanleggen. Hou er ook rekening mee dat de vogels op steile kliffen broeden in een rotsachtig landschap. Vaak zal de zon dan ook een deel van de dag worden geblokt door rotsen of uitstekende kliffen. Je zult al snel merken dat op je locatie slechts enkele plekken echt ideaal zijn, met waarschijnlijk verschillende plekken voor de ochtend en middag.

3.  Het gedrag van de vogels is ook iets wat enige studie behoeft. Gelukkig zijn de meeste vogels het actiefst in de vroege ochtend en de late middag. Dat treft, want dan is het licht ook op zijn mooist. Maar als je bijvoorbeeld graag een landende papegaaiduiker wil fotograferen, dan is het wel zo handig om te weten dat ze normaliter pas tegen het eind van de middag in de kolonie terugkeren (zolang er geen jongen zijn). Weinig zinvol dus om er in de vroege ochtend vol goede moed voor klaar te gaan zitten. Pijlstormvogels komen bijna alleen ’s nachts aan land en zul je dus (en dan nog met wat geluk) kunnen zien in de (erg) vroege ochtend en (erg) late middag.

Zeekoet met lunch

Zeekoet met lunch

Fototechniek

Zeevogels zijn doorgaans niet bijster spectaculair van kleur. De meeste soorten zijn zwart, wit, grijs of een combinatie hiervan. Geleerden vermoeden dat dit als camouflage moet dienen. Een zwart-witte vogel is lastig te zien door een roofdier op open zee. En een witte buik maakt het voor roofdieren en prooidieren lastig de vogel te zien van onder het wateroppervlak. Vaak zijn alleen de snavel en poten wat feller van kleur, zoals bijvoorbeeld bij de papegaaiduikers.

Als je ooit eerder zwart-witte dieren hebt gefotografeerd, of misschien een bruiloftskoppel, dan zul je weten dat het niet eenvoudig is de juiste belichting te kiezen. Je wilt de witte delen niet overbelichten, maar ook detail houden in de schaduwpartijen. De wijze van belichting die voor mij het beste werkt is een witte vogel (bijvoorbeeld een Jan-van-Gent) van dichtbij te fotograferen en het histogram te checken. Vervolgens pas je de belichting aan zodat de witte delen net niet uitbranden. Op die manier hou je de hooglichten in bedwang en krijg je zoveel mogelijk detail in de schaduwpartijen.

Vanwege het relatief zachte zonlicht in de vroege ochtenden en late middagen in juni en juli zal er dan voldoende detail resulteren in zowel de hooglichten als schaduwen. Zo niet, dan kun je altijd nog één RAW beeld twee keer door de RAW converter halen en in Photoshop samenbrengen. Deze techniek heb ik slechts hoeven toepassen bij opnamen die later in de ochtend tot stand waren gekomen, toen het licht al relatief hard werd. Een andere mogelijkheid is de flitser in te zetten als invulflits. Hiermee kunnen de donkere partijen wat verder worden opgelicht. Ik ben zelf geen fan van invulflits, vooral omdat het een te onhandige set-up is om snel mee te kunnen werken.

De wijze van belichting die ik hiervoor heb beschreven betekent eigenlijk dat je alleen maar in Manual mode zou moeten werken, waarbij je dus zelf de sluitertijd en het diafragma instelt. Er is nog een tweede reden waarom dat de enige juiste belichtingsmethode is in een zeevogel kolonie. De omgeving, en dus de achtergrond van je foto’s, bestaat uit onder meer lichte rotsen, donkere rotsen, groen gras, lichtblauwe lucht, donkerblauw water en duizenden zwart-witte zeevogels. Of nog erger: een combinatie of opvolging van dit alles als je een vogel in de vlucht probeert te volgen.

De meter van je camera zal in Av of Tv mode dan alle kanten op slaan, en probeer dan maar eens snel en juist te corrigeren. Dus nogmaals: Manual mode is de enige methode die hier optimaal werkt.

Zorg er wel voor dat je in de gaten houdt of het licht verandert. Zodra de zon feller of minder fel wordt zul je je belichting hieraan moeten aanpassen. Ook als je silhouetten wil fotograferen zal de belichting aangepast moeten worden.

Een goed voorbeeld van een bijzonder lastige situatie is wanneer je een landende zeevogel wil fotograferen. Ze komen laag boven het water aanvliegen en schieten dan in een steile hoek naar boven. Het water en het onderste deel van de rotsen zullen zich doorgaans in de schaduw bevinden. Dat betekent dat opnamen van de aanvliegroute te donker zullen worden als je meting is gebaseerd op het zonlicht bovenaan de klif. In zo’n situatie werkt helemaal niets en zul je vooraf moeten bedenken of je beelden van het aanvliegen (schaduw) of de daadwerkelijke landing (zon) wilt maken en hieraan je lichtmeting aanpassen.

Alk voor de landing

Alk voor de landing

Apparatuur

Zeevogels kunnen in principe met elke camera en lens gefotografeerd worden, simpelweg omdat de vogels overal zijn. Om scherpe opnamen te kunnen maken heb je echt een statief nodig. Een bonenzak is waardeloos, de rotsen liggen toch nooit op de juiste plek. Vluchtopnamen kun je ook prima uit de hand nemen, je draaicirkel is dan immers veel kleiner dan wanneer je om drie statiefpoten heen moet lopen. Zeker als je op een steile helling staat is dat prettiger (en veiliger) werken.

Neem voldoende reserve batterijen mee, want je zult veel meer beelden maken dan je nu denkt. Zoals eerder vermeld kan een flitser ook van pas komen voor de momenten dat het zonlicht wat harder wordt. Voor vluchtopnamen heb je een camera nodig met snelle autofocus. Denk daarbij niet alleen aan de topmodellen van Canon en Nikon. Zelf heb ik met een Canon 20D die niet bepaald bekend staat om zijn geweldige autofocus heel veel scherpe opnamen gemaakt. Een lange telelens levert de mooiste achtergronden op, maar vluchtopnamen kunnen ook heel goed gemaakt worden met bijvoorbeeld een 70-200mm lens of zelfs een groothoek. Bijkomend voordeel is dat het met zo’n lens veel gemakkelijker is een vliegend projectiel zoals een alk in je zoeker te houden.

Vergeet niet een korte telelens of een zoomlens in te zetten voor foto’s van (delen van) de hele kolonie of een vogel in zijn landschap. Dat soort beelden vormt een welkome afwisseling met al die beeldvullende platen en portretten en zal de aandacht van je kijkers langer vasthouden als je eenmaal weer thuis een presentatie geeft.

Welzijn van de vogels

Hoewel je heel dichtbij de vogels kan komen en zelfs met een groothoek een portret zou kunnen maken, geef ik de voorkeur aan een telelens. Niet alleen vanwege de mooie vage achtergronden, maar ook met het oog op het welzijn van de vogels. Als je te dichtbij komt, zullen de vogels het nest verlaten, waardoor de eieren te veel kunnen afkoelen of roofdieren een kans krijgen, met als gevolg een mislukt broedsel.

Zoals altijd staat het welzijn van je onderwerp voorop, je foto’s komen pas op de tweede plek. Zeevogelkolonies zijn erg kwetsbare gebieden en de vogels zijn erg gevoelig voor verstoring. Op de route naar de kliffen zul je overal meeuweneieren vinden, terwijl de nesten van de papegaaiduikers zich in holen in de zachte bodem bevinden. Kijk dus goed uit waar je loopt en hou een respectvolle afstand. Kom je een keer te dichtbij, dan is de kans groot dat een grote mantelmeeuw je daar met een welgemikte pik in je haardos (indien van toepassing) op wijst.

Alpenkraai

Alpenkraai

Andere onderwerpen

De enorme aantallen zeevogels in een kolonie en de bijbehorende eieren en kuikens trekken natuurlijk ook roofvogels aan. Afhankelijk van de locatie kun je onder meer slechtvalken, zeearenden, jagers en valken aantreffen. Andere typische vogelsoorten die je er vindt zijn oeverpiepers, scholeksters en alpenkraaien.

De meeste kolonies bevinden zich op idyllische eilanden met prachtige landschappen, steile kliffen en verre uitzichten over de zee. De kans op mooi licht is in de zomermaanden relatief groot. Maak hier dan ook gebruik van en richt je lens ook eens op deze prachtige omgeving of fotografeer een schitterende zonsondergang. Ook hier geldt namelijk dat een afwisseling in beelden je kijkers langer zal interesseren!

Heb je nog meer tijd en ruimte op je kaartjes over, richt je dan eens op de vaak bijzondere flora of de mariene fauna. In de late lente bloeien veel kleurige bloemen op de eilanden, terwijl in de wateren vaak dolfijnen, zeehonden of walvissen te zien zijn.

Jan van Gent met jong

Jan van Gent met jong

Doen!

Het is ronduit geweldig een keer in een zeevogelkolonie te kunnen fotograferen. Vanwege de veelvoud aan onderwerpen zul je gegarandeerd een paar voltreffers maken. Bovendien is het een prachtige gelegenheid je fotografische vaardigheden eens goed te oefenen en nieuwe technieken te proberen. Je krijgt zoveel kansen op mooie beelden dat het geen ramp is er eens eentje te missen. Het enige nadeel is de enorme berg foto’s die je moet doorspitten als je weer thuis bent!

Verwante artikelen: lees het verhaal over fotograferen van  zeevogels op Helgoland van Rudi Debruyne

reacties

11 reacties op “Belichting III: zeevogels”

  1. Robbert op 21 feb 2010 15:55

    Heel leuk en leerzaam artikel om te lezen. De verschillende technieken en tips zijn goed uitgewerkt. Ook de foto´s vind ik goed bij de tekst passen.

    Je schrijft dat je als je landingsopnamenn wilt maken, je een plek ´moet´ zoeken waar de wind richting zee waait. Nu heb ik ook ergens eens gelezen dat je ervoor moet zorgen dat je de wind niet in de rug hebt omdat de (zee)vogels je dan al van ver kunnen ruiken.
    Zullen de zeevogels in dit geval niet eerder wegvliegen of valt dat wel mee omdat ze in zeer grote groepen zijn?

    Groeten,

    Robbert

  2. Marijn op 21 feb 2010 16:18

    Vogels werken volgens mij meer op zicht dan op geur. Belangrijker is echter dat het een broedkolonie is, waar de vogels steeds terugkomen naar de nesten. Mensen (waaronder fotografen) zien ze niet als een bedreiging als je niet te dichtbij komt. Dus maak je om die geur maar niet druk, belangrijker is dat ze altijd tegen de wind in landen en de windrichting dus bepaalt waar je moet gaan staan.

  3. Robbert op 21 feb 2010 16:20

    Bedankt voor je snelle reactie. Ik vroeg het mij gewoon af toen ik het las.
    Maar nogmaals een heel leuk en leerzaam artikel!

    Groeten,
    Robbert

  4. s van der ploeg op 22 feb 2010 17:43

    leuk artikel, vooral omdat het handmatige belichten wordt benadrukt.
    dit is een manier van werken die in meerdere situaties zijn nut bewijst.
    behalve in het buitenland zijn we natuurlijk in nederland ook gezegend met een hoop zee. laat je vliegangst, zeeziekte of financiele toestand je niet weerhouden eens aan onze kust wat vogels te schieten.

    één puntje: je schrijft: “Als de wind van de goede kant komt, maar de zon van de andere kant, dan kun je een verzameling landende silhouetten gaan aanleggen.”

    dit is natuurlijk ook te ondervangen met handmatig belichten.
    de standaard is met de zon mee, maar tegenlicht kan, vooral met het reflectielicht van de zee en rotsen, hele mooie resultaten geven.

    verder een mooi helder artikel.

    groet, sikko

  5. Rinke op 28 feb 2010 11:12

    ROBBERT OP 21 FEB 2010 15:55 schreef:
    [Nu heb ik ook ergens eens gelezen dat je ervoor moet zorgen dat je de wind niet in de rug hebt omdat de (zee)vogels je dan al van ver kunnen ruiken.]

    Dat klopt niet. De meeste vogels kunnen niet of nauwelijks ruiken. Het wisselt natuurlijk wel van soort tot soort. Over het algemeen kun je stellen dat vogels een slecht ontwikkeld reukvermogen hebben, en dat daar enkele uitzonderingen op zijn. Vogels die in donkere onderlagen van begroeiing rondstruinen hebben waarschijnlijk wel een beter reukvermogen. Een goed voorbeeld is de Nieuw Zeelandse Kiwi. Ook vogels die ’s nachts leven zullen een beter reukvermogen kunnen hebben.
    De meeste zeevogels zijn echter zichtjagers, en zullen niet zo veel hebben aan een goed ontwikkeld reukvermogen.

    Ook al zouden vogels je wel kunnen ruiken, het lijkt me uitermate onwaarschijnlijk dat een vogel die je toch al kan zien afsteken op een klif, ineens niet meer gaat landen omdat hij je ruikt terwijl hij aan komt vliegen.

  6. Herman Berkhoudt op 1 mrt 2010 16:41

    Daar voeg ik graag een opmerking aan toe: Sommige zeevogels kunnen wel degelijk héél goed ruiken. Zo is bekend dat de (pijl)stormvogels hun nesten in het pikkedonker alleen op de geur kunnen thuisbrengen.

    Ik verwacht dat veel pelagische jagers onder de vogels hun neus wel degelijk goed kunnen gebruiken.

    Een van de ondersteuningen is het aanlokken van albatrossen met visolie, zoals ik in rond Stweart Island in Nieuw Zeeland zelf heb meegemaakt.

    Groet, Herman

  7. Henriëtte op 3 mrt 2010 10:14

    Ik had verwacht in het stukje fototechniek ook enige aanwijzing te vinden welke lichtmetingmodus je het beste kunt gebruiken. Dus bv. spotmeting of meervlaksmeting mbt. witte en zwarte vogels.

  8. Marijn Heuts op 3 mrt 2010 10:18

    Als je de belichting vaststelt door een foto van een witte vogel te maken en die in M modus vastzet, maakt de wijze van meting niets uit. Meet je elke foto afzonderlijk (bijvoorbeeld omdat je in Av werkt), dan is het gewoon persoonlijke voorkeur. Ik zou voor spotmeting kiezen en het wit van de vogel meten (en 2 stops overbelichten). Kies je voor matrix meting, dan hangt de compensatie vooral ook af van hoe groot je onderwerp in beeld is. Als de vogel recht op je af komt vliegen zal je meter alle kanten opschiten. Weer een reden om in M modus te werken.

  9. peter wijn op 8 mrt 2010 09:52

    als aanvullinkje…
    daarentegen is het een hele klus om de spotmeting op de juiste plek te krijgen bij aanvliegende vogels.
    Ook als je het bij portretten gebruikt, krijg je problemen met de scherpstelling, aangezien de meeste camera’s spotmeting combineren met het (actieve) scherpstelpunt, dat is niet noodzakelijkerwijs het witste deel van de vogel.
    Ik heb zelf geen problemen gehad bij Av belichten op de lucht op zwart-witte vogels. Maar als er opeens een raaf of een jager beeldvullend in beeld zou zijn gekomen, dan had ik grotere kans op bewogen, overbelichte foto’s gehad.

    bovendien…
    wat in mijn ervaring nog erg lastig is, is dat de reflectie van het wit nogal variert met de hoek waaronder je onderwerp zich ten opzichte van de zon bevindt. Dat kan wel drie stops schelen. Dit is natuurlijk alleen een probleem bij direct zonlicht. En zeker niet iets wat je met een andere manier van belichten dan ‘manual’ gemakkelijk oplost.
    compliment met je artikel.

  10. Marijn Heuts op 8 mrt 2010 12:18

    @Peter

    Spotmeting op vliegende vogels is inderdaad geen goed idee. Vandaar ook de tip om een testopname te maken van bijvoorbeeld een zittende Jan-van-Gent. Aan de hand van het histogram de belichting aanpassen, en schieten maar op zowel zittende als vliegende vogels.

    Av meting bij vogels tegen de lucht is te doen, het wordt vervelend als de vogel (zoals zeevogels doen) vanuit de diepte (achtergrond blauwe zee) langs de kliffen (bruine achtergrond, al dan niet in de zon) omhoog schiet richting nest (lichte lucht als achtergrond).

    Je laatste opmerking klopt: de belichting die je in M instelt is goed zolang de lichtomstandigheden niet veranderen. Bij zijlicht moet er een stopje af, bij tegenlicht zelfs 2 of meer.

  11. Pieter Jongenelen op 3 apr 2010 01:08

    Hallo Marijn,

    Een mooi en duidelijk stuk over belichting. Waren er zo maar meer artikelen, bijvoorbeeld over het fotograferen van kleurrijke en minder kleurrijke vogels in een bosrijke omgeving.

    Met jouw uitleg en tips ga ik zeker aan de slag.

    Groeten Pieter.

plaats hier je opmerking