Afdrukken
Een fotoclub, wat heb je er aan?
Hoe het begon
Op de vraag: ‘een fotoclub, wat heb je er aan’, kan ik vele antwoorden geven. Uiteraard gaat het hierbij om mijn persoonlijke ervaringen en zal dat voor een ieder verschillend zijn.
Fotograferen doe ik al vanaf mijn 12e, vanaf mijn 15e met een spiegelreflexcamera. Maar met de komst van de digitale fotografie raakte alles in een stroomversnelling en vanaf dat moment (halverwege 2004) groeide mijn interesse voor natuurfotografie.
Tijdens een fietstocht door de Ooijpolder ontmoette ik mijn eerste uil. Een kerkuil, dacht ik, maar de beelden waren zo wazig, dat ik niet kon vaststellen of het wel echt een uil was. Ik was zo geschrokken van het feit dat ik een uil had gezien, dat ik de camera niet stil kon houden (het was een Canon EOS 300D met een 70-3000mm lens). Achteraf bleek het overigens een vlaamse gaai te zijn, maar mijn fascinatie met uilen en vogels, en de natuur, was aangewakkerd.
Thuis bewerkte ik de beelden, wat met een kunstacademie achtergrond en een grafische opleiding niet veel problemen opleverde. Wel merkte ik dat ik behoefte had om de beelden te bespreken. Maar met wie?
Ik kende Edwin Giesbers van de fotozaak waar hij toen werkte en wist dat hij mooie foto’s maakt. Misschien wilde hij wel een keer naar de foto’s kijken? Nadat hij mijn werk gezien had, adviseerde hij me lid te worden van een fotoclub. In mijn geval was dat de Vereniging Natuurfotografen, afdeling Nijmegen. Inmiddels ben ik alweer ruim 4 jaar lid.
Maar wat heb je nu aan zo’n fotoclub?
Contacten en gezelligheid
Tja, het is natuurlijk aan jezelf wat je er uit wil halen. Ik werd met open armen ontvangen en die gastvrijheid overviel me wel een beetje. De contacten tijdens zo’n avond zijn belangrijk voor me, het is gewoon gezellig en je bent met een groep gelijkgestemden.
In Nijmegen is er op de clubavonden vóór de pauze een presentatie van een clublid of een gastspreker, na de pauze bekijken en bespreken we eigen werk.

Grenzen verleggen
Aanvankelijk durfde ik geen eigen werk te laten zien (zo begon ik ook op BP), maar geleidelijk aan stond ik er meer voor open. Uiteindelijk durfde ik zelfs een presentatie te houden – uiteraard over de steenuilen. Later breidde zich dat uit met lezingen in de omgeving en ook in Duitsland – ontzettend leuk om te doen.
Hoogtepunt was toen ik gevraagd werd een presentatie te geven op de ‘World Owl Conference’ 2007 in Meppel voor ongeveer 500 mensen. Doodeng vond ik het, maar ik heb het toch gedaan. Als ik geen lid was geworden van de fotoclub, weet ik niet of de contacten zo snel tot stand zouden zijn gekomen.
Ik vind het belangrijk dat je, als je naar buiten durft te treden en je werk toont aan een groter publiek, je grenzen verlegt. Je leert ook binnen de vereniging beter met kritiek om te gaan en te reageren op werk van anderen.
Je onderscheiden van anderen
Zowel bij de fotoclub als bij Birdpix en Nederpix merk ik vaak dat leden een achtergond hebben als bioloog, ecoloog, natuurgids etc. Zelf heb ik een kunstachtergrond en een grafische achtergrond. Dit beïnvloedt volgens mij wel je manier van kijken. Het gaat mij er niet om om zo veel mogelijk soorten te scoren, maar ik word juist aangetrokken door een biotoop. Hoe meer rotzooi, hoe beter.
In het verleden was ik al veel bezig met vergankelijkheid, leven-dood, esthetiek-verval. Juist de tegenpolen trekken me aan. Zowel in mijn schilderperiode op de kunstacademie, als in mijn ruimtelijke objecten die ik maakte toen ik kreatieve therapie studeerde, kwamen deze thema’s regelmatig terug. Het eigen handschrift/stijl dat ik in die tijd ontwikkelde, herkenbaar in de lijnvoering, kleurgebruik en compositie, zag ik later ook terugkeren in de fotografie. In de keuze van de thema’s, maar ook in de compositie en de voorkeur voor bepaalde kleuren -hoewel dat in de fotografie wellicht minder bewust gebeurt.
Ik kom bijvoorbeeld graag op kleine boerderijen met veel rommel op het erf (mussen op autobandenserie), houd van vervallen schuurtjes (steenuilen), dode bomen (groene spechtenserie en de koekoek of de serie van de pimpelmezen in het verroeste kastje). Het is voor mij een uitdaging om in die chaos orde te scheppen.

Je verdiepen in een onderwerp
Als je een beetje inzicht hebt gekregen in wat je voorkeuren zijn, kun je je onderwerp verder uit gaan diepen, wat tot (nog) betere beelden leidt. Zo ontdek ik nog steeds nieuwe mogelijkheden om ‘mijn’ steenuil’ uit een andere hoek te volgen. Ik weet inmiddels de locaties waar hij/ zij huist. Lukt het om de steenuil goed in zijn biotoop weer te geven? Hoe zit het met de lichtval? Waar komt de zon op, waar gaat de zon onder?
Er zijn momenten dat sfeer, rust, en het dier in zijn biotoop zo samenkomen dat ik er helemaal in op kan gaan. Terugkerende trekvogels, zoals de grasmussen vorig jaar, waarmee ik in de vroege ochtend bij mooi licht bijzondere momenten beleefde. Zulke ervaringen deel ik met clubgenoten bij het tonen van het eigen werk.
Niet altijd dezelfde lens gebruiken
Op de clubavonden kreeg ik nog wel eens kritiek dat ik altijd dezelfde lens gebruikte. Dat klopt, ik ben gehecht aan mijn setje: 30D en sinds kort een 1DMarkIII in combinatie met de 500mm en 1.4 converter, soms met een 2.0 converter. Van het kleine toestel waarmee ik begon naar een groot C/kanon!
Tegenwoordig neem ik ook andere lenzen mee en kan dan wat meer variatie in een thema aanbrengen. Zo heb ik op een steenuiladres niet alleen de uil gefotografeerd, maar de boerderij, het omliggende land met alle schuren en troep, de boer, en alle dieren op en rondom de boerderij.Ook heb ik in huis gefotografeerd.
Toen mijn grote lens en converter van de zomer voor de vierde keer weg waren voor reparatie, heb ik me gericht op macrofotografie, waar ik tot dan toe niet veel mee had. Maar er ging een wereld voor me open. Spelen met vormen en lijnen, en het volgen van gedrag van insecten en reptielen (zandhagedissen…) sprak me aan, en ik heb me voorgenomen om meer met macro te gaan doen.

Samen op stap en vroeg opstaan
Landschapsfotografie is niet echt iets waar ik me tot nu toe veel mee bezig heb gehouden, in ieder geval niet serieus. Meestal een snelle foto met de 500 ergens in de Ooijpolder als het net mistig werd of de zon juist door de nevel doorbrak. Vaak moet je er vroeg voor opstaan, en dat is nu precies waar ik moeite mee heb.
Maar dit jaar heb ik ook hierin grenzen verlegd en ben ’s ochtends vroeg zowel met anderen van de fotoclub op stap geweest (bijv. een thema-ochtend) als alleen. De serie van de tureluren en de grasmussen getuigt hier van. En ik moet absoluut toegeven dat het vroege licht heel mooie beelden kan opleveren.
Informatie uitwisselen
Eén van de doelstellingen van de fotoclub is om informatie met elkaar uit te wisselen om van elkaar te leren, door mee te gaan met de thema-ochtenden (of avonden), naar elkaars werk te kijken en dit te bespreken. Zo heb ik geleerd wat het ’shaken-camera-syndrome’ is (Theo Bosboom is hier een expert in), ik weet ik inmiddels helemaal hoe IJsland er uit ziet, wat grijsverloopfilters zijn (ik ken ze alleen van Photoshop en nog een heleboel andere kleurvarianten) en hoe je een belichtingstrap maakt -’bracketing’ heet het geloof ik. Ik wist niet dat het een naam had, maar meestal deed ik het al, bewust, maar vaker onbewust omdat mijn instellingen dan niet goed stonden.
Van Edwin leerde ik wanneer je moet overbelichten. Bij mij stond de compensatie bijna op nul, maar dit jaar ben ik veel gaan experimenteren met de belichtingsinstellingen.
De eerste drie jaar dat ik lid was, wist ik niet wat de functie ‘al servo’ deed, een clublid wees me er op! (ja ik weet het, als je de camera koopt zit er een boekje bij waarin summier de functies uitgelegd worden…) Het blijft voor mij belangrijk de camera beter te leren kennen en goed te kunnen omgaan met alle mogelijkheden. Met de 1D MarkIII kan ik dan nog wel even voort.
Naast de grote clubavonden (derde dinsdag van de maand) is er ook een kleine clubavond, die elke keer anders wordt ingevuld. Een aantal avonden is besteed aan het maken van series (bijv. met Wings), op andere avonden wordt dieper ingegaan op de techniek (sluitertijd, diafragma, lenzen etc.) of fotobewerking (Photoshop, Lightroom bijv.)
Dit soort thema’s wordt regelmatig herhaald, wat goed is, omdat het ledenbestand ook wisselt.
Door het bespreken van elkaars beelden ga je de voorkeur en stijl van andere leden herkennen. Juist deze diversiteit maakt een fotoclub interessant en dynamisch.
Verzekering
Misschien niet iets waar je gelijk aan denkt bij de fotoclub, maar wel een belangrijk aandachtspunt. Zo heeft de NVN (Natuurfotografen Verbond Nederland – een nationaal samenwerkingsverband waarin 17 Nederlandse natuurfotoverenigingen deelnemen. Vnf-Nijmegen is er één van) bij een verzekeringsmaatschappij korting kunnen krijgen voor leden die gebruik willen maken van de foto /kostbaarhedenverzekering.
Zelf heb ik eind oktober 2008 een lelijke val gemaakt waarbij ik ook veel schade had aan de apparatuur. Als je dan weet dat je goed verzekerd bent, hoef je je daar in ieder geval niet meer druk over te maken.
Werkgroepen
Binnen de VNF-Nijmegen zijn verschillende werkgroepen actief.
Tentoonstellingsgroep
Deze bestaat uit de foto-uitleen. Leden stellen aan de hand van wisselend thema’s foto’s beschikbaar die gebruikt worden voor exposities. Hieruit worden de beste foto’s gekozen. Het biedt de fotograaf de mogelijkheid werk te tonen aan een breder publiek. Zo is er in het infocentrum van SBB in Millingen aan de Rijn om de vier maanden een expositie met steeds een ander thema die vervolgens verder reist naar andere bedrijven/centra die gebruik maken van deze foto-uitleen.
Leden van de tentoonstellingsgroep maken een zorgvuldige keuze uit het aangeboden materiaal. In tegenstelling tot de benadering bij wedstrijden is het uitgangspunt dat alle leden die werk aanbieden ook de mogelijkheid moeten krijgen hun werk te tonen. Er wordt steeds naar gestreefd om elk lid gelijk aan bod te laten komen, en in ieder geval één keer. De tentoonstellingsgroep maakt de voorselectie, de klanten van de foto-uitleen de uiteindelijke keuze.
Toen ik bij de club kwam durfde ik helemaal niet mee te doen aan de exposities, nu maakt ik deel uit van de tentoonstellingscommissie en ik vind het erg leuk om te doen.
Programmagroep
Onmisbare spil in de vereniging die zorgt voor de continu?teit in het programma-aanbod. Zij maken een planning voor lezingen door leden en gastsprekers, en organiseren thema-ochtenden of avonden. Die vinden ongeveer 4 à 5 keer per jaar plaats.
Webgroep
De webgroep zorgt voor het onderhoud van de website. Ik maak daar sinds een jaartje deel van uit. Samen met een ander lid zorg ik voor het up-to-date houden van de inhoud.
Verder is er nog een kascommissie die het financiële reilen en zeilen van de vereniging in de gaten houdt, en een redactie die o.a. de Creatuur vorm en inhoud geeft. De Creatuur is het clubblad dat 1x in de 2 maanden verschijnt en op twee leden na, (zij krijgen nog een ‘papieren blad), alleen nog in digitale vorm verschijnt.
Valkuilen
Zijn er dan nog valkuilen?
Ja, die zijn er. Vnf-Nijmegen is inmiddels een grote vereniging geworden met een heel gevarieerde groep in niveau en in leeftijd. Dat maakt het niet altijd éénvoudig om voor ieder wat wils te bieden. Ook al ben ik al weer 4 jaar lid, als er een Wings-presentatie is, word ik overdonderd. De mooiste overvloeiseries rollen dan over het scherm, aangevuld met passende muziek. Op zo’n moment denk ik dan ‘wauw dat wil ik ook’.
Ik moet dan heel goed bij mezelf blijven. Want ik ben ook iemand die graag over de beelden vertelt. Voor mij wordt het dan de kunst om hier een middenweg in te vinden.
Samenvattend
Samenvattend kan ik zeggen dat lid worden van een fotoclub voor mij een belangrijke zet is geweest. Een villa met zwembad en ruimte voor een pony zit er (nog) niet in, maar het heeft me absoluut een hoop waardevolle contacten opgeleverd, een breder beeld op de natuurfotografie gegeven en me aangezet om meer te gaan experimenteren.
Daarnaast stimuleert het mij om door te blijven gaan en te blijven geloven in datgene waar ik goed in ben en hier ook volledig achter te staan. Me bewust zijn van mijn sterke kanten, mijn eigen stijl en zienswijze verder ontwikkelen. Maar me ook bewust zijn van mijn valkuilen, aspecten waar ik soms moeite mee heb (techniek van de camera) en open te staan voor kritiek. Een fotoclub biedt hiervoor een prachtig podium.
reacties
5 reacties op “Een fotoclub, wat heb je er aan?”
plaats hier je opmerking

Goed verhaal Pauline.
Ik heb ook de waarde ontdekt van een fotoclub.
Het bespreken van elkaars beelden vind ik zeer leerzaam en boeiend.
Daarnaast is het vaak gezellig en kan je allerlei zaken met elkaar delen.
Ik ben lid van de NVN Eindhoven, dat is tot nu toe de meest zuidelijke natuurfotoclub.
Voor mij is dat altijd wel 130 km heen en terug vanuit Maria Hoop en dat vind ik wel een nadeel.
Hopelijk komt er hier in Zuid Limburg ook nog eens een natuurfotoclub.
Groeten, Henk
Hoi Pauline
Leuk verhaal Ga eens een keer kijken op een SGG dag in Houten . die is er eens in de 3 maanden . Daar zie je wat wings echt kan . en je krijget er perfecte ondersteuning . suc6 verder met je ontwikkeling als fotograve
groetjes
Frayk
Hey, wat leuk om zo’n verhaal over je hier tegen te komen…heel informatief en nuttig! ..ik ga eens rondkijken of er hier in de buurt ook een dergelijke fotoclub te vinden is!
groet,
Peter
hoi mooi verhaal,
heb bij ons in de buurt al wel wat rondgesnuffeld en hier en daar wel dingen gehoord en gezien (bijvoorbeeld clubs in zwijndrecht en alblasserdam)
maar wat ik er uit opmaakte is dat natuurfotografie niet hun hoofdmoot was…
heb daarom nog maar gewacht met actief eraan deel te nemen
misschien….. toch maar een keer gaan?
gr koos
Een mooi verhaal. Ik ben ook lid van een fotoclub in goirle en dat bevalt me prima. We hebben daar ook regelmatig expositie’s en momenteel zijn we met een project bezig om met muziek en dansverenigingen van het Jan van Besouwhuis een tentoonstelling te organiseren.
mijn ervaring is dat een fotoclub wel degelijk bijdraagt aan je ontwikkeling.op het gebied van de fotografie.
Mvg. Ine