Afdrukken
De vosvijfdaagse
Mijn recente vossenproject is helaas tot een vroegtijdig einde gekomen. Hierbij het verhaal van vijf enerverende dagen, waarin ik de foto’s kan maken die ik voor ogen had, maar ook word geconfronteerd met de zwart-witte houding van mensen ten opzichte van de vos, en uiteindelijke met een ethisch vraagstuk blijf zitten.
De ontdekking
Een tijdje terug kreeg ik van een lid van de werkgroep weidevogelbescherming de tip dat hij tijdens een controle een vermoedelijke vossenbouw had gevonden in een betonnen duiker in een droogstaande greppel, midden in de weilanden. Meteen die avond ben ik met hem gaan kijken, en op basis van de verse uitwerpselen en prooiresten was er maar één, bevestigende, conclusie mogelijk. Mooi zo.
Er dienden zich echter meteen twee probleempjes aan.
Ten eerste was er in het lage gras geen enkele mogelijkheid mezelf verdekt op te stellen, het (laten) benaderen van de vossen kon dus wel eens lastig worden.
En punt twee: het was boerenland waarvoor mijn vergunning van Staatsbosbeheer weinig waard was. Ik zou dus toestemming aan de landeigenaar moeten vragen. Dat doe ik eigenlijk altijd, maar in dit specifieke geval was het een ernstig dilemma. In het betreffende dorp is namelijk de kans dat degene die je aanspreekt anti-vos is net geen 100%. Wanneer ik toestemming vroeg om vossen te fotograferen, zou ik de aandacht vestigen op de bouw en daarmee indirect de verdelging van het zoveelste nest op mijn geweten kunnen hebben. Zeker met de recente historie, de vermoedelijke verdelging van een nest met 6 welpen binnen een week na bekendwording, in het geheugen was het vragen van toestemming voor mij geen optie.

Jonge vos in het landschap
De poging
Ik besloot het er dan maar op te wagen en zonder toestemming te proberen foto’s van de vossen te maken. De eerste avond sloop ik 200 meter door het grasland richting de bouw en nam onder een camouflagedoek mijn positie in naast een paaltje in een pluk hoger gras. Geen geniale schuilplek, maar het beste wat voorhanden was, het paaltje en de pluk gras braken immers de horizon al. De wind stond gunstig, dus mijn geur zou me ook niet verraden. Na 2 uur liggen zag ik twee welpjes druk onderzoekend aan de gang in een aanpalend weiland. Uiteindelijk kwamen ze over een wielspoor met wat kruidenopstand richting de bouw gelopen en ze verdwenen allebei op dezelfde plek in de greppel, zo’n 40 meter van mijn positie. Enkele foto’s van vos-in-landschap en aardig wat kennis over hun patronen rijker. Een prima eerste avond.
De volgende ochtend ging ik voor dag en dauw terug. Ik ging dichterbij de plek liggen waar ze de avond ervoor in de greppel waren verdwenen, in de veronderstelling dat ze op die plek er ook wel weer uit zouden komen. Dat liep helaas anders. De lichtomstandigheden waren schitterend en in mijn hoofd (en door de zoeker) zag ik precies de foto die ik wilde maken. Mist boven het land, een oranje zonnetje in tegenlicht erdoorheen en schitterende dauw op het gras en de kruidenrandjes. Alleen de vos ontbrak in het beeld.
De twee welpjes kwamen pas tegen 8 uur toen de zon al redelijk hard was uit de greppel, echter zo’n 30 meter verder dan ik had verwacht. Ze waggelden in een rechte lijn van me af over het wielspoor, elke graspol onderzoekend en proevend. Een koddig en aandoenlijk gezicht, maar geen foto’s. Vooralsnog leek de avond betere kansen te bieden, wanneer de vosjes immers terug richting de bouw moesten komen.

Jonge vos op stroopcursus
De aanvaring
De eerstvolgende gelegenheid om te posten deed zich een paar avonden later voor. Tegen 6 uur reed ik het weiland voorbij en zag door de verrekijker een van de welpjes al weer heerlijk door het gras van zijn favoriete weiland banjeren. Met de kennis van de eerste avond in mijn hoofd nam ik positie in aan de rand van dat weiland, liggend in een kruidenrandje en met vrij zicht op de twee mogelijke aanlooproutes richting de bouw. Dit kon niet meer misgaan. Met het verstrijken van de tijd zag ik het vosje steeds dichterbij mijn positie struikelen, het zonlicht steeds mooier worden, en mijn hooikoortsklachten exponentieel toenemen. De ene helft van mij had de tijd en hoopte dat het vosje tegen half 9 in prachtig licht binnen schootsafstand zou zijn, de andere, allergische helft, was bang dat tegen die tijd het niezen niet meer onderdrukt kon worden en hoopte op een spoediger fotokans.
Mijn gedachten werden verstoord toen 150 meter verder een auto wel heel langzaam voorbij reed. Door de zoeker zag ik een oude, grijze meneer met een verrekijker eerst naar het vosje, toen naar mij (bijna onzichtbaar onder het camouflagedoek in het gras) kijken. Hoewel ik niet graag word bespied tijdens het fotograferen , besteedde ik er verder weinig aandacht aan. Dat veranderde toen de meneer uitstapte en met grote passen mijn kant op beende, daarmee het vosje dwingend zich klein te maken en zijn stroopcursus voor beginners tijdelijk te onderbreken.

Jonge vos in avondlicht
Het had geen zin me nog langer te verbergen (zowel voor de vos als de grijze duif) en ik gooide het camouflagedoek in de ring. Nog voor ik daar klaar mee was toonde de oude man met een welhaast militair gebaar zijn legitimatie. Meneer V van de faunabeheereenheid had duidelijk jarenlange ervaring in het tonen van zijn pasje, dat net zo verweerd en onleesbaar was als zijn gezicht. Wat ik dacht dat ik aan het doen was. ‘Foto’s maken’. Waarvan dan wel. ‘Zucht…van vossen’. Of dat zomaar kon. ‘Jawel hoor, met dit knopje maak je een foto’. Dat bedoelde hij niet. Ik bevond me op privé-grond. Met zijn volgende zin sleepte hij een nominatie voor een taalprijs in de wacht. Ik had nog nooit iemand in één zin de woorden ‘oprotten’, ‘opdonderen’ en ‘opsodemieteren’ horen gebruiken. Dat heb ik maar niet tegen hem gezegd. Zijn gevoel voor humor was immers minder goed ontwikkeld dan de groeven in zijn gezicht, waarschijnlijk ontstaan tijdens het jarenlang in weer en wind tonen van zijn legitimatie.
Ik besloot hem toch maar deelgenoot te maken van de overwegingen die me hadden doen besluiten geen toestemming te vragen aan de boer. Hij werd er niet vriendelijker door, maar in elk geval was de monoloog tot een dialoog geworden. Een interessante dialoog mag ik wel zeggen. Ik sloeg zowat steil achterover toen hij, nog steeds op bulderende en overbodig luide toon, de bezorgdheid uitte dat ik de vossen misschien wel verstoorde. Wijselijk verzweeg ik dat ik al twee keer eerder had gepost en dat de vosjes gewoon doorgingen met hun beslommeringen zonder me in de gaten te hebben. Wel wees ik hem er op dat zijn luide manier van spreken tot verstoring zou kunnen leiden, aangezien we ons op 5 meter van de bouw bevonden. Stom van me. De dialoog werd weer een monoloog. Was het wel normaal dat het vosje in zijn eentje door een weiland struinde, misschien was ie wel hondsdol, dit was toch echt geen normaal gedrag. In gedachten stelde ik hem de vraag hoe hij een baan bij de faunabeheereenheid had kunnen krijgen met zo weinig veldkennis. Blij dat ik dit keer niet hardop dacht.

Nieuwsgierig vosje
Uiteindelijk probeerde ik verdere verstoring van de bouw te voorkomen door vast richting de weg te lopen. De onbeschofte hork (een pleonasme is hier wel op zijn plaats, of eigenlijk nog te weinig) volgde me, ondertussen druk oefenend op de uitspraak van ‘opsodemieteren’. Nu achteraf vraag ik me af of het eigenlijk wel zijn bevoegdheid is om mensen van het land van derden te plukken en met bekeuringen en boetes te dreigen. Maar goed, op dat moment was het vosje al verstoord en was de fotosessie ten einde en maakte het me allemaal niet zoveel meer uit. Ik zei hem dat ik alsnog toestemming zou vragen bij de boer, die een luttele 300 meter verderop woont.
Dat was prima, al kon hij melden dat ik waarschijnlijk de wind van voren zou krijgen. Die had ik al zeker een kwartier, dus die status quo was een meevaller. Ik vroeg hem nog me succes te wensen, waarop ik wederom, dit keer in perfect Nederlands, het woord ‘opsodemieteren’ voor mijn kiezen kreeg. Oefening baart dus echt kunst.
De toestemming
Op naar de boer. Ik trof er twee in de koeienstal, stelde me netjes voor en deed mijn verhaal. Met name benadrukte ik de reden van het niet eerder vragen van toestemming. De broers boer waren verbaasd dat er een vossenbouw op hun land zat, maar snapten mijn redenering. Blijkbaar ben ik met wat oefening in staat sympathie op te wekken. Wat volgde was een interessante en pittige discussie over de rol van de vos in de terugloop van het weidevogelbestand. De boeren kregen altijd de schuld, maar zij maaiden altijd netjes om de nesten heen, en nog liep het aantal enorm terug. Dat lag toch echt allemaal aan de vos.
Ik had het dus weer eens getroffen. Natuurlijk heb ik andere factoren in de terugloop van het aantal weidevogels naar voren gebracht, maar die vlogen met de boerenzwaluwen net zo snel de schuur weer uit. Na wat verhalen over ‘vrueger’ wilden ze gelukkig wel beloven deze vosjes niet te schieten of anderszins te verdelgen, ze mochten gewoon blijven leven. Waarschijnlijk alleen omdat er dit jaar nul-komma-nul weidevogelnesten waren aangetroffen op hun land en de vos niks kon prederen, maar toch. Het slechte nieuws was dat ze liever geen mensen op hun land duldden en er zelf ook zo weinig mogelijk kwamen, om maar niets te verstoren. Eigenlijk een prettig iets om te horen, maar het betekende wel dat mijn kansen op vossenfoto’s weer eens waren verkeken. Ik was zo slim geweest mijn cameraspullen in het veld te laten staan, zodat ik in elk geval nog eens terug het land op zou moeten lopen om ze op te halen. Ik vroeg of ik dan misschien deze avond nog tot donker mocht uitzitten. Godzijdank, dat mocht.

Jong en onschuldig
De ontmoeting
Hoewel de aanvaring met de hork en de discussie met de broers boer behoorlijk tijd in beslag hadden genomen, was het nog vroeg genoeg om in goed licht foto’s te kunnen maken. Het welpje had zijn praktijkles stropen hervat en zigzagde weer langzaam richting mijn positie. Na een tijdje liep ie nietsvermoedend mijn beeld in. Ik had hem of haar helemaal niet zien aankomen, hij werd opgeslokt door het iets hogere gras aan de rand van het weiland. Pas nu realiseerde ik me hoe klein het beestje eigenlijk nog maar was. Het wuivende gras op de foto’s van de eerste avond lijkt een meter hoog, maar is in werkelijkheid maar 30 centimeter. Het geluid van de sluiter deed het vosje even stoppen in zijn schreden en mooi in de lens kijken, waarna hij onverstoord de laatste meters naar de bouw aflegde en heel symbolisch uit het zicht en in de greppel verdween.
Ik wens hem of haar uit de grond van mijn hart (tegen beter weten in) een lang, gelukkig en zorgeloos leven toe met veel welpjes, maar hoop in elk geval dat ie voorlopig uit handen van jagers en andere verdelgers weet te blijven en kan uitgroeien tot een pracht van een volwassen vos.
Aangezien zowel de boeren als het lompe, gegroefde heerschap van faunabeheer nu op de hoogte van hun verblijfplaats zijn, zou ik het welpje en zijn broertjes en zusjes geheel in stijl het volgende willen adviseren: sodemieter alsjeblieft op!
Epiloog
Dat er nog boeren zijn die hart voor de natuur op het boerenland hebben stemt me tevreden, en de onheuse bejegening door het faunabeherende heerschap krijgt wat mij betreft nog een staartje. Dit verhaal heeft me echter ook aan het denken gezet over ethiek, verstoring en dergelijke.
Zelfs als de fotograaf het langzaam en verstandig aanpakt, kan hij onbewust en ongewild de aandacht vestigen op zijn onderwerp. Slimme predatoren als kraaien, eksters en gaaien kunnen door een aanwezige fotograaf op het spoor van een nest verse eieren worden gezet, maar ook kunnen kwaadwillende mensen op het spoor van een vossenbouw of gewilde vogelsoort worden gezet. Is het niet door in alle openheid toestemming te vragen het land te betreden, dan is het wel doordat de fotograaf of diens auto meermalen op dezelfde plek in het veld wordt gezien.
In hoeverre moet je als fotograaf met dergelijke neveneffecten rekening houden bij de keuze van je onderwerp en locatie?
reacties
13 reacties op “De vosvijfdaagse”
plaats hier je opmerking

Hoi Marijn,
Herkenbaar stukje en leuk geschreven.
Wat betreft de boeren die nog hart hebben voor de natuur op het boerenland heb ik zo mijn twijfels. Uitzonderingen daargelaten is de meeste “kennis” van dat soort boeren ze bijgebracht door jagers. Dat blijkt ook wel weer uit jou verhaal. Wedden dat er wel gejaagd mag worden op het land van die boer.
Om om de nesten heen te kunnen maaien, (waanzin) moeten eerst die nesten worden gemarkeerd. Neveneffect is hierboven door jou benoemd. De slimme predator is op het spoort gezet.
Wat betreft die auto in het veld.
Dat is makkelijk op te lossen.
Of je gaat met de fiets of je gaat met twee personen in de auto en laat nummer twee weer vertrekken met de auto en die kan je weer ophalen op een afgesproken tijdstip.
Ben wel benieuwd naar de uitkomst van het “staartje” en hoe je dat dan hebt gedaan!
M.vr.gr.
Jan Uilhoorn
“In hoeverre moet je als fotograaf met dergelijke neveneffecten rekening houden bij de keuze van je onderwerp en locatie?”
Tja, de vraag stellen is hier natuurlijk al ruimschoots de vraag beantwoorden
Erg herkenbaar verhaal. Ik heb 2 jaar een nabijgelegen natuurgebiedje van de grootste Nederlandse natuurbeheerder geïnventariseerd op weidevogels. Ook daar zat al jaren een vossenbouw waar eigenlijk niemand last van had, in ieder geval niet de weidevogels want een deel van het gebied bestond uit ruigte waar knaagdieren zich sneller konden voortplanten dan dat een complete vossenfamilie ze kon wegvreten. Helaas leverde gericht weidevogelbeheer meer subsidiemogelijkheden op zodat werd besloten de ruigte om te vormen tot Kievit cq Grutto- biotoop. Noodgedwongen veranderde de Vos van dieet en mocht toen eindelijk door de al jaren tandenknarsende jager van de boer worden beheerd. “Maar net op tijd, er zaten wel zes jongen in!” Kennelijk moet je een dode vos ook nog opensnijden om zeker te weten dat je raak hebt geschoten.
Voorlopig resultaat van de hele operatie is dat er meer vossen dan ooit in het gebied lopen wat een bekend effect is van het wegschieten van vossen en dat het met de weidevogels (ondanks stevig beheer van de vossen) nog steeds bergafwaarts gaat.
Ik troost me met de gedachte dat de cultuurvolger Vos zich “slimmer” zal kunnen aanpassen aan onze cultuursteppes dan de cultuurvolgers weidevogels. Misschien dat Foxpix nog wel eens groter wordt dan Birdpix?!
Groet,
Jaap
Te triest voor woorden zulke types, dat is er duidelijk een van het standpunt ‘het beste beheer gebeurt met een geweer’. Z’n pasje dateert waarschijnlijk nog uit de tijd van de vogelwet… Overigens ondanks (of misschien dankzij) deze escapade prachtige aandoenlijke foto’s. Dat oor doet ‘t wat mij betreft.
moeilijk.
zelf 20 jaar gejaagd met geweer.
nu al weer 10 jaar met camera.
ik begrijp de ‘ taal van de jager” , en de taal van de jagende fotograaf.
we zijn allemaal begaan met ” het wild” .
hier komen we nooit uit.
Triest maar helaas bekend verhaal. Wel goed dat je dit hier schrijft.
Maar euh…er zijn zelfs ‘jagende natuurfotografen’ die eerst een hele mooie serie foto’s schieten van jonge vosjes en ze daarna met evenveel plezier en genot een kogel door de kop knallen. Helaas een niet op zichzelf staan voorval.
Dit is de rede waarom ik met jagen ben gestopt.
Beste marijn,
Altijd vervelend om onheus benaderd te worden; ook de toezichthouders moeten nog veel leren. Wat mij betreft mag een fotograaf zo veel foto’s maken als hij/zij wil in mijn jachtveld, als ik het maar weet. Want je moet je niet voorstellen dat iemand meent dat het schootsveld vrij is met een goede kogelvang en dat jij daar ligt onder je camoeflagenetje!
Feit 1 : Vossen nemen inderdaad de vrijgevallen plaatsen in als er een wordt geschoten.
Feit 2 : Als je een vos weg neemt net voor het broedseizoen, zijn de resultaten duidelijk merkbaar, omdat de meeste dan al een vast territorum hebben.
Een goeie jager is natuurbeschermer en heeft geen strijdige belangen met andere natuurbeschermers. Met begrip voor elkaars standpunt (en kennis van zaken) komen we een stuk verder.
Hoi Marijn,
erg goed en leuk verhaal en toch nog mooie foto`s! Ik bewonder je werk zowieso al.
Als ik even ambtelijk antwoord kan geven op je casus en je impliciete vraagstelling kan ik als politieman met een (grote) kennis en achtergrond op natuurbheer het volgende antwoorden, ik ben niet volledig en aanvullingen welkom.ik ben momenteel rechercheur bij milieu-delicten in Nijmegen.
1. toestemming van enig gebruik van een erf, land, bos etc. is in principe altijd nodig om je niet schuldig te maken aan lokaal-of huisvredebreuk (art.138 strafrecht). als je hier op gewezen wordt door de rechthebbende moet hij je weg vorderen in het bijzijn van een opsporingsambtenaar als bedoeld in art.141 Strafvordering. De vordering ZONDER een opsporingsambtenaar aanwezig is niet geldig (eigenlijk wel vreemd: als er bijv. een man in je tuin zit en hij niet weg wil dan moet je wachten op de politie, toch?)cruciaal is dus of deze zakhooi een opsporingsambtenaar is of een toezichthouder?? dat maakt nogal verschil. een toezichthouder (TZ) mag zijn werk uitvoeren met een beperkt aantal mogelijkheden en strafbare feiten. Zijn rechten komen voort uit de algemene wet bestuursrecht. Daartoe behoren bijvoorbeeld parkeercontroleurs, keuringsdienst van waren en verkeerssurveillanten. Deze lieden mogen geen boete geven gebaseerd op strafrecht zoals lokaalvredebreuk of verbodsbepalingen (Verboden toegnag art.461). ze geven weliswaar “boetes”maar dat zijn “belastingmaatregelen” en hebben zijn voor lokale belanghebbenden (meestal gemeente).
Een opsporingsambtenaar van politie of marechausse mag “alles”. dat klinkt wat hautain maar ze mogen ook bij een vage reden iemand wegsturen. Die waarneming of beslissing is dus afhankelijk van de man die je voor je hebt en is arbitrair en discutabel, zinnig in gesprek gaan kan dus zeker helpen.
Niet luisteren bij de oproep tot verwijdering van je lokatie is echter “niet voldoen aan bevel of vordering” en levert een nieuw strafbaar feit op waarbij je meemoet naar het bureau. Mijn beeld van mijn collega`s (Nijmegen) is dat ze erg makkelijk zijn en zeker niet snel hiertoe overgaan. Beleefdheid en een pasje van de NVN of NPN kan wel helpen, die pasjes is men gevoelig voor zelfs als de rechtskracht niets voorstelt. ga niet betweterig doen…daar kunnen politiemensen slecht tegen weet ik uit mijn eigen werk.
Sommige wildbeheersinheden (WBE`s) hebben bijzondere opsporingsambtenaren in dienst) dat heet een BOA. zij hebben redelijk ver gaande bevoegdheden inclusief bekeuringen geven en vorderen maar wel tot een strict aangewezen wet. Bij BOA`s is dat meestal de Flora en faunawet 2002 en enkele hoofdstukken uit strafrecht. Voor de duidelijkheid: jachtwet, vogelwet en natuurbeschermingswet 1973 zijn er niet meer.
Je hebt de FFW mogelijk in theorie overtreden (verstoren?) dat dit natuurlijk in geen enkele verhouding staat tot jagen is evident en ik deel je passie en verontwaardiging ook(ik ben geen jager maar fervent natuurfotograaf, zie site) maar het is nu eenmaal zo.
BOA`s hebben weinig humor en jagen bijna altijd zelf. Hun invloed voor wildbeheersquota (afschotbepaling) is bijna “wet” bij gedeputeerde staten en dus bij de minister van LNV. Die weten zelf niks en laten zich informeren door de WBE`s. helaas laat de FFW veel meer ruimte dan gewenst voor afschot op basis van “schadelijk wild”. eerst waren er 5 soorten bejaagbaar en nu een stuk meer (verschilt per provincie)
Voorts is de politie in buitengebieden meestal erg close met die WBE`s of jagen de politiemensen zelf ook. het is”ons kent ons”.
Ik ben zelf niet strikt in alle gevallen tegen de jacht en in de gevallen dat ik dat wel ben meldt ik dat niet als ik in gesprek ben met een opzichter. Laat eerder je symphatie en/of begrip merken voor de jacht en oordeel niet te snel. Veel jagers zijn echte natuurmensen en zien afschot als bijzaak maar leven voor de cultuur van het jagen (kleding, landrover, wild, jenever, vriendschap en wild bekijken. Het zijn steeds meer juist de jagers die meidoornhagen bijhouden en knotwilgen knotten. Eigenbelang? ja ook, maar de winst voor de natuur is er ook. En eten jullie vlees uit de bio industrie of een fazant die een goed leven heeft gehad? de ethische kant is lastig vind ik. Je krijgt daar soms gesprekken over en dat kan heel verhelderend en verbroederend werken….
Hoe dan ook, enig respect voor de (jagers) lobby in deze is wel verstandig, ook als je daarmee een stuk principe aan de kant zet (alles voor de goede zaak).
die keuze kan ik niet maken voor een ander.
Ik zou nog erg kunnen uitweiden maar mijn tips zijn dit:
-vraag toestemming van belanghebbende
-blijf correct en leg uit wat en waarom je het doet
-biedt foto`s aan als dank!!
-geef een tijdslijn aan (hoe vaak, hoe lang)
-als er een sukkel komt, kijk zijn pasje goed na (vaak verlopen of beperkte mogelijkheden). schrijf het nummer op! ze moeten dat geven want dat is verplicht.
-bij een overtreding van de kant van de”opzichter” gewoon melden bij lokale politie!! zij zijn namelijk degenen die de beslissing maken of en hoelang een BOA zijn akte houdt! bij overtreding of klachten hebben ze een probleem.
-grijp in als iemand agressief wordt! ook JIJ mag aanhouden bij een strafbaar feit op heterdaad zoals geweld of bedreiging (maak evt. fotos ervan of geluidopnamen met GSM)
Succes!
als jullie vragen hebben? let me know.
Blijf veilig en goed bezig,
MVG Serge Joosten
PS: let niet teveel op de fouten van bovenstaand stuk, ik ben erg moe…
Beste Marijn,
Goed om te laten zien hoe sommige laffe personen, ogenschijnlijk zonder enige natuurlijke vorm van gezag, door een geplastificeerd papieren vodje kunnen veranderen in totale idioten die duidelijk niet in staat zijn om op een verantwoorde manier om te gaan met hun “speciale” bevoegdheid. Ik zou hier zeer zeker werk van maken en deze faunabeheereenheid en eventuele overkoepelende organisatie(s) aan te spreken op het gedrag van één van hun medewerkers. Juist van dergelijke organisaties mag je verwachten dat hun medewerkers zich naar behoren gedragen, ook als iemand iets doet wat eigenlijk niet mag. En wat zijn nu eigelijk de bevoegdheden van deze heikneuter?
Wie onder deze omstandigheden een bekeuring krijgt voor 138 Strafrecht (huisvredebreuk) moet de zaak voor laten komen. In tegenstelling tot wat dhr.Joosten vermeld, voldoet namelijk een weiland niet aan het gestelde in dat artikel (dus vrijspraak). Je kunt hooguit voor 461 worden bekeurd. Is ook begrijpelijk daar 138 een misdrijf is (heb je gelijk een strafblad) en 461 een overtreding.
Misschien dat er jagers zijn die een hekel hebben aan fotografen in hun jachtgebied…ze zouden eens iets kunnen fotograferen zoals het handelen van de jagers.
Reken er maar op dat de BOA/jager in kwestie me graag daar wilde weghouden zodat hij zelf zijn gang kon gaan. Hij wist niet dat daar vosjes zaten, kwam er achter toen hij er eentje zag lopen en mij bij de burcht zag liggen.
Overigens: iedereen bedankt voor de soms uitgebreide reacties. Heel leerzaam, en dit soort discussies zijn de reden waarom ik mijn verhaal heb opgeschreven en naar buiten heb gebracht.
@Reulen.
Ik waardeer uw aanvulling maar de reikwijdte van het begrip erf is behoorlijk ruim. Het is wel zo dat er feitelijk gewacht moet worden op meer jurisprudentie. Ik raadt zelf ook aan om in beroep te gaan!! (ook als politieman). Het is interessant om te zien hoe dat verloopt. Evenwel is dit de omschrijving van erf:
“Met ‘erf’ wordt niet alleen bedoeld een stuk grond, dat een huis omgeeft. Ook een stuk grond waarop geen huis staat, kan in de zin van de wet een erf zijn. Hier kan een hek of een schutting als afscherming dienen waardoor die grond een besloten erf is.” bron:wettenbank
U ziet allen: een lastig onderwerp, waar ligt de grens?
Ik ben het eens met Reulen dat overtreding van 461 meer voor de hand ligt.
Een goede bespreking staat hier (helaas embedded pdf):
http://books.google.com/books?id=84mwk-weWDAC&pg=PA82&lpg=PA82&dq=strafrecht+bespreking+definitie+erf%3F&source=bl&ots=NKSAGt4O40&sig=R-sZbArPeCqBNIEwNw-_ABaYSzY&hl=nl&ei=2JTTSqeYEMnE-QaJjrCOAw&sa=X&oi=book_result&ct=result&resnum=1&ved=0CAsQ6AEwAA#v=onepage&q=strafrecht%20bespreking%20definitie%20erf%3F&f=false