Afdrukken
Inspirerende tuinvogels
Dit voorjaar verscheen een aardig boekje voor beginnende vogelaars met tuin en camera: Tuinvogels voor de lens. Observeren en fotograferen. Trouwens evengoed interessant voor wat meer ervaren vogelaars die beginnen met fotograferen – of omgekeerd meer ervaren fotografen die beginnen met vogelen. Auteur is Martin Hierck, gepassioneerd vogelfotograaf èn vogelbeschermer, hij leidt de winkel van Vogelbescherming in Zeist. De meeste foto’s maakte hij zelf, aangevuld met opnamen van Peter Grobben en Ruud van Beusekom.
In feite is de thematiek en daarmee ook de doelgroep breder dan de titel en ondertitel suggereren. Het had ook Tuinvogels lokken, kennen en fotograferen kunnen heten, met iets minder nadruk op die lens: het is zeker ook interessant voor mensen die oog en oor aan het krijgen zijn voor vogels, maar (nog) niet zozeer de behoefte voelen om daar ook foto’s van te maken.
‘Boekje’ omdat het qua formaat een beetje tussen een echt boek en een ferme brochure in zit. Maar ondanks dat het nog geen 100 bladzijden omvat en met ruim 14 x 21 cm bepaald handzaam kan worden genoemd, bevat het wel een schat aan waardevolle informatie over vogels, hun gedrag en eisen, tuinen en hun inrichting, apparatuur en de toepassing daarvan, en tenslotte (foto)techniek, strategie en resultaten.
Het boekje leest prettig door de enthousiaste en toegankelijke stijl en de overzichtelijke vormgeving, met steunkleuren, kadertjes en tips.
36 soorten en wat zij nodig hebben
Het boek begint met een redelijk uitgebreide kenschets van 36 vogelsoorten die veel in tuinen komen, zoals een aantal vinkachtigen, mezen, mussen, lijsters, zwaluwen, duiven, kraaiachtigen en natuurlijk grote bonte specht, spreeuw, boomklever en –kruiper, roodborst, heggenmus, winterkoning en tenslotte de sperwer, die door al dit lekkers wordt aangelokt.
Missen we nog algemene tuinsoorten? Ik dacht even aan de bonte vliegenvangers die in Nunspeet en de grauwe vliegenvangers die in Arnhem in onze kleine tuin nestelden. Maar zo kun je er altijd nog wel een paar niet genoemde soorten bij bedenken die toevallig of niet toevallig wel bij jou komen of kwamen. Martin Hierck geeft dit ook aan door de relatie met het omringende landschap te noemen. Afhankelijk van of je in een agrarisch, waterrijk of bosgebied woont, kunnen sommige vogelsoorten die zich daar thuis voelen ook jouw tuin bezoeken.
De vogelfoto’s hierbij zijn van gemiddelde kwaliteit. Veel nogal statische portretjes en een zanglijster in de schaduw die nogal wegvalt tegen de achtergrond, maar ook leuke actiefoto’s, zoals van een naar elkaar dreigende koolmees en pimpelmees (hierboven), een sijs die komt aanvliegen, huiszwaluwen die modder verzamelen voor hun nest en een paartje eendrachtig vliegende wilde eenden. Weinig toppers, maar prima inspirerende foto’s voor zo’n startersgids. Elke beginnende vogelfotograaf mag blij en trots zijn als hij een keer dit niveau haalt!
Dan volgt meer algemene nuttige informatie over hoe je meer vogels in je tuin uitnodigt, met aantrekkelijke beplanting, schuil- en nestelgelegenheid, water, voedsel, voeren en soorten voer, nestkasten en schoonmaken daarvan, gedrag en aanwezigheid door de seizoenen heen.
Verrekijkers, telescopen en eenvoudige camera’s
Vervolgens blijkt dat de lens uit de titel niet alleen de cameralens betreft, maar nadrukkelijk ook de lenzen van verrekijkers en telescopen, die zowel op zich als gekoppeld aan een camera kunnen worden gebruikt. Ik vind de beschrijvingen van basisprincipes, types en gebruiksmogelijkheden en tips hier en daar iets te theoretisch en gedetailleerd. En dat geldt zeker voor het gedeelte over camera’s en fotograferen daarna. Ter vergelijking: ik rijd al 40 jaar auto, maar ik weet nog steeds nauwelijks wat er onder de motorkap zit en gebeurt, zonder dat het mijn rijplezier en –prestaties negatief beïnvloedt. Voor verrekijkers, telescopen en camera’s hanteren en er plezier aan beleven geldt in grote lijnen hetzelfde.
Ik zou zeggen: geef zo kort als maar kan de basisprincipes aan en leg vervolgens gauw de nadruk op praktijk die tot resultaten leidt. De beschrijving moet dan werken als een naslagwerk waarop men kan terugvallen met het apparaat in handen. Maar als je dan toch iets uitvoeriger bij achtergronden en geschiedenis wilt stilstaan, doe het dan wel goed. Zeker omdat de feiten gemakkelijk zijn te checken via google/wikipedia en dergelijke. Zo kwam Kodak al in 1936 met de eerste – voortreffelijke – Kodachrome diafilms en niet pas in 1942 en werd de electronenflitser niet toegepast in de begintijd van de vogelfotografie aan het begin van de 20ste eeuw, maar pas ruim na de Tweede Wereldoorlog. Ik herinner me nog goed de ‘exploderende’ flitslampjes in de jaren vijftig. Verder is dit onderdeel en dus ook mijn kritiek natuurlijk niet erg belangrijk.
Geef centraal voorbeeld en werk dit uit
Waar ik wel meer aandacht aan zou besteden is het onderlinge verband tussen diafragma, sluitertijd en gevoeligheid (ISO-waardeinstelling) en vooral hoe je daarmee je resultaten kunt optimaliseren. Daarbij ga ik er van uit dat men graag een beetje scherpe foto’s wil en niet alleen maar van vogels die suf stil zitten of argwanend de fotograaf beloeren. We willen ook actie en dynamiek vastleggen. Dat begint al met een merel die een worm uit de grond trekt of de lijsterbes of druif ontdoet van zijn bessen.
Ik zou daarom als centraal voorbeeld uitgaan van een vogel die beweegt en aan de hand daarvan wat camera-instellingen en effecten daarvan doornemen. Een vogel vliegt, landt, vliegt op, eet, baddert, vecht of paart. Wat voor snelheid zullen we hem (het hele beest of een deel ervan) geven? Laten we rustig beginnen, met bijvoorbeeld 18 km/uur, de snelheid van een kwieke oma op de fiets zonder tegenwind. Dat is 5 meter per seconde. Tenzij je de camera met objectief al schietend meetrekt met een vliegende vogel, wat zeer aan te bevelen is als je dat lukt, betekent deze bewegingssnelheid dat bij een sluitertijd van 1/60 seconde al 500 (cm) : 60 (ste deel van een seconde) = ruim 8 cm bewegingsonscherpte ontstaat. Tenminste, dit is de afstand die het bewegende (deel van het) onderwerp van plaats verandert terwijl de sluiter open is. Op je sensor en display levert dat geen vogel of deel daarvan op maar een veeg waarin je hooguit een vogel kunt vermoeden.
Bij een sluitertijd van 1/1000 seconde daarentegen loopt die bewegingsonscherpte terug naar 500 : 1000 = 0,5 cm. Daarmee komen we al een eind in de goede richting.Omdat we niet alleen te maken hebben met bewegende vogels, maar vaak ook met een bewegende fotograaf, camera en spiegel/sluitertrilling, zou ik nadrukkelijk aanraden om in vrijwel alle situaties te streven naar korte sluitertijden. Die bereik je door weinig of niet te diafragmeren en een wat hogere ISO-waarde in te stellen, bijvoorbeeld 400 ISO en bij slecht licht nog hoger. Met beleid, want vanaf 800 ISO wordt de beeldkwaliteit snel minder.
Vooral zou ik mensen aanraden zelf de betekenis en waarde van dit advies te toetsen, bijvoorbeeld aan de hand van vogels op de voertafel, op een vetbol of pindasnoer of drinkend of badderend aan de vijverrand. Eerst een serie bij 100 ISO en diafragma (f ) 8, instellingen die in een beschaduwde tuin misschien een sluitertijd van 1/60 seconde opleveren en dan een serie met ISO-instelling 400 (waarbij 4 x zo weinig licht volstaat) en een diafragmainstelling van f 5,6 (die 2 x zoveel licht binnen laat). Deze ISO-waarde en diafragmacombinatie maakt voor een goede belichting onder dezelfde omstandigheden een 8 x zo korte sluitertijd mogelijk, dus 1/500 seconde. Vergelijk en evalueer! Je zult dan zien dat het verlies aan beeldkwaliteit als gevolg van meer ruis en minder scherptediepte door een stop minder diafragmeren niet opweegt tegen de enorme scherptewinst bij de meeste opnamen.
Puur als leesvoer gaat dit vast te snel en is het te ingewikkeld. Zoek daarom ook iemand die al wat verder is met fotograferen, vraag hem of je zijn camera mag vasthouden en laat hem dan de instellingen en werking uitleggen. Maak daarbij telkens zelf foto’s en aantekeningen, en bekijk en bespreek daarna samen op de display en nog beter op het computerscherm het resultaat.
DSLR + 70 – 300 mm objectief als instapadvies
Ik vind dat Martin Hierck in zijn boek wel veel nadruk legt op het behalen van zo goed mogelijke resultaten met de vaak minder geschikte apparatuur die men toevallig al bezit. Zo van: hoe spring je ondanks een korte polsstok toch nog redelijk hoog of ver. Natuurlijk, het is aardig als iemand met een eenvoudige compactcamera met een flinke optische zoom of met aankoppelen van een verrekijker of telescoop leuke resultaten boekt. Menigeen is daar blij mee en enthousiast over. Het is daarom ook wel terecht dat hij hier bij stil staat. Maar de combinatie digitale spiegelrelexcamea (DSLR) met behoorlijke telelens blijft wel erg lang onbesproken.
Die, dus het echte werk, komt pas op het allerlaatst, bijna in een soort nawoord. Terwijl toch het aantal bezitters van betaalbare digitale spiegelreflexcamera’s met niet te dure telezooms al behoorlijk groot is en snel groeit. Ik zou gerust ook al in deze fase van het boek een DSLR met 70 – 300 mm zoomobjectief aanraden. Voor circa € 1000,- heb je bijvoorbeeld een Canon EOS 450 D met 17 – 55 mm kitlensje + 70 – 300 mm telezoom, een combinatie waarmee je zolang vogelfotografie niet je tophobby is, maar een aardige incidentele bijkomstigheid, heel leuk vogels van vrij dichtbij in de tuin kunt fotograferen. Veel leuker in elk geval dan met een compactcamera al dan niet met verrekijker of telescoop. Dat mocht best wat eerder uit de verf komen.
Ook een goed cadeautje!
Misschien lijkt het alsof ik heel wat heb aan te merken op Tuinvogels voor de lens, maar integendeel, ik vind het wel degelijk een inspirerend en waardevol boekje. Misschien niet voor de echte vogelkenner met veel ervaring met fotografie, maar wel voor diegenen die nog niet zo lang fotograferen, minder bekend zijn met bepaalde soorten, of pas begonnen zijn hun tuin vogel- en fotovriendelijk te maken. Bovendien is het een uitstekend boekje om cadeau te geven teneinde ontluikende interesse in je familie-, vrienden- of kennissenkring te stimuleren. Zie daarom wat ik hierboven heb geschreven niet louter als recensie, maar ook als ‘hardop meedenken en aanvullen’. Er zijn meer wegen naar Rome, vele zijn goed, maar sommige toch beter dan andere, ook afhankelijk van wat je onderweg wilt beleven.
Tenslotte wil ik iedereen die geïnteresseerd is in vogelboeken, -gidsen, verrekijkers, telescopen, schuiltenten en aanverwante zaken of advies wil hebben over het inrichten van een tuin die meer vogels aantrekt, aanraden om naar de winkel van Vogelbescherming in Zeist aan de Boulevard 12 te gaan (www.vogelbescherming.nl). Je kunt daar Tuinvogels voor de lens kopen met – als je hem lief aankijkt – een opdracht en handtekening van de auteur himself. Bovendien maak je dan kans op het zien van appelvinken, want die zitten daar geregeld op de voertafel.
En, let op: binnenkort is er bij Vogelbescherming een fotowedstrijd rond tuinvogels. Rond 15 september zegt hun website. Net genoeg tijd om je met dit boekje nog wat voor te bereiden.
Tuinvogels voor de lens. Tirion Uitgevers Baarn, ISBN 978 90 5210 749 3. Prijs € 16,95.
reacties
plaats hier je opmerking


