Afdrukken
Interview met Wilco Dragt

Kootwijkerzand - winnende foto Asferico 2009
Wilco Dragt (1960) is een relatief nieuwe naam in het natuurfoto wereldje. Ondanks het feit dat hij pas twee jaar fanatiek met natuurfotografie bezig is, heeft hij al meerdere keren erkenning voor zijn werk gekregen.
Zo wordt zijn werk inmiddels vertegenwoordigd door Buiten-Beeld, haalde hij een eervolle vermelding in de “NVN Natuurfotograaf van het jaar 2009″ wedstrijd en won hij twee prijzen in de hoog aangeschreven Asferico 2009 wedstrijd in Italië, waaronder de eerste prijs in de categorie landschappen. Het interview met Wilco vond op redelijk onconventionele wijze plaats, namelijk in de loop van een gezamenlijk driedaags verblijf bij de prijsuitreiking in Italië.
Wilco, kun je vertellen waarom je pas zo laat met natuurfotografie bent begonnen en hoe je jezelf zo snel hebt kunnen ontwikkelen?
Een camera en lenzen had ik al wel langer, maar ik wist niet goed hoe ik het in Nederland moest aanpakken. Eigenlijk fotografeerde ik daarom alleen op vakantie in het buitenland. Na het zien van een expositie van reportagefotograaf Raymond Rutting besefte ik ineens weer hoe mooi en sprekend fotografie zou kunnen zijn. Dat was het moment dat ik mijn spullen van zolder heb gehaald en de natuur ben ingetrokken.
Redelijk snel daarna was ik voor mijn toenmalige werk als reisleider op een kanotocht in Zweden. Op een mooie ochtend heb ik daar een foto van een verstild meer gemaakt. Dat was de eerste foto waarvan ik zelf het gevoel had dat het “anders” was. Achteraf bleek dat te kloppen, want ik won er niet veel later de maandwedstrijd van Grasduinen mee. Een maand later won ik weer, dit keer met een foto van mooi verlichte bomen op een helling in de Ardennen. Toen was ik nog geen halfjaar bezig. Een betere motivatie om door te gaan kun je je niet wensen, toch?

Verstild meer in Zweden - de foto waar het allemaal mee begon
Verder heb ik een workshop gevolgd bij Geurt Besselink en het boek van Ruben Smit over Nederlandse landschappen heb ik zo’n beetje gespeld. Van hen heb ik belangrijke basisbeginselen over landschapsfotografie geleerd. Zoals bijvoorbeeld het adagium dat er in een landschap of tafereel altijd een foto zit, je moet alleen blijven kijken tot je het hebt gezien. Niet te snel opgeven, maar je vastbijten in je onderwerp. Jazeker, dat geldt ook voor landschappen. Verder hebben zij me geleerd dat, wil je sfeervolle foto’s maken, je eigenlijk het licht fotografeert en niet zozeer een specifiek onderwerp. Sindsdien let ik veel meer op de lichtkwaliteit, lichtkwantiteit en lichtrichting.
Je bent lid van VNF-Nijmegen. Welke rol speelt het lidmaatschap van zo’n vereniging in je ontwikkeling?
Redelijk snel nadat ik met natuurfotografie aan de slag ging, heb ik me aangesloten bij VNF-Nijmegen. Dat is een gouden greep geweest. Er loopt heel veel talent rond binnen die vereniging.
Fotografen als Edwin Giesbers, Paul van Hoof, Theo Bosboom en David Pattyn hebben nationaal en internationaal hun sporen ruimschoots verdiend. Ze geven op de clubavonden eerlijk commentaar op elkaars, mijn en andermans werk en dat heeft er voor gezorgd dat ik heel snel heel veel heb geleerd. Nog steeds steek ik veel op tijdens de maandelijkse clubavond, maar ook buiten de clubavonden om geven we commentaar op elkaars beelden. Oh ja, bij deze wedstrijd (Asferico) wonnen VNF-N fotografen samen maar liefst 8 prijzen!
Je bent vooral een landschapsfotograaf. Nederland is echter geen gemakkelijk land om mooie landschapsfoto’s te maken. Welke tips zou je willen meegeven aan fotografen die het ook willen gaan doen of er beter in willen worden?
Neem de tijd voor het fotograferen van een landschap. Ga eens rustig op de grond zitten en bekijk goed wat je allemaal ziet en bedenk je dan wat je eigenlijk met de foto wil laten zien. Een tip die ik van iemand kreeg: welk gevoel komt er bij je op als je naar het landschap kijkt? Het antwoord is precies datgene dat je zou kunnen uitdrukken in je foto. Bijvoorbeeld sereniteit, kou, eenzaamheid of dreiging.

Oisterwijkse bossen en vennen – Eervolle vermelding Asferico 2009
Bestudeer je eigen werk en vraag je af waarom je foto’s je wel of niet aanspreken. Kijk vervolgens naar het werk van bekende fotografen die je bewondert. Was is het verschil tussen diens beelden en die van jou? Groot kans dat het aan het licht ligt, of het camerastandpunt, of de hoeveelheid beeldelementen. Door zo te analyseren leer je de sterke en zwakke kanten van je foto’s kennen. Ik heb bijvoorbeeld veel geleerd door het werk van de Engelse fotograaf Joe Cornish, een van mijn grote voorbeelden, te bestuderen. Thuis heb ik meer dan 100 fotoboeken, ik vind het heerlijk daarin inspiratie op te doen.
Maak je foto’s dichtbij huis. Zelf ben ik heel vaak te vinden in natuurgebieden vlakbij mijn huis in Arnhem, zoals Meinerswijk, de Posbank en het Kootwijkerzand. Door vaak dezelfde plek te bezoeken zul je verschillende (licht)omstandigheden aantreffen die elk een heel andere sfeer opleveren. Ook kun je een bepaalde foto dan nog eens overdoen als het niet helemaal is gelukt, of je kunt een andere invalshoek kiezen. Volgens mij heb je nooit dé foto van een gebied gemaakt, er is altijd nog meer mogelijk.
Doorzettingsvermogen is heel belangrijk voor het maken van mooie foto’s. Zo ben ik onlangs bijvoorbeeld drie keer op pad geweest voor het maken van een op het oog simpele foto van een sneeuwklokje tegen een ondergaande zon. Het beeld had ik al gevisualiseerd, maar nu moest ik nog proberen ‘m te maken. En voor de foto van de Oisterwijkse vennen moest ik in een waadpak het ijskoude water in om de juiste compositie te kunnen maken met de leliebladeren in de voorgrond.

Sneeuwklokje bij ondergaande zon
Verleg af en toe je focus. Zo nu en dan maak ik portretfoto’s van mensen en blader ik door fotoboeken van fotografen uit heel andere disciplines, zoals de boeken van glamourfotograaf Mario Testino. De technieken, composities en invalshoeken die zij gebruiken kun je ook toepassen in de natuurfotografie. Met andere woorden: door je blikveld te verruimen kun je soms verrassende inspiratie op doen voor de volgende keer dat je weer met je camera de natuur in trekt.
En misschien nog wel het belangrijkste van alles: ga op pad als het licht goed is. Ik ben zelf het liefst ‘s ochtends heel vroeg op pad; het ochtendlicht vind ik echt het mooist. Meestal ben ik 3 kwartier voor zonsopkomst op locatie. Maar ook rond zonsondergang kun je mooie omstandigheden vinden.
We hebben net de presentatie van Manuel Presti gezien, de BBC Wildlife Photographer of the Year van 2005. Na afloop daarvan was je zojuist een minuut helemaal stil, waarna je maar één zin kon uitbrengen: een stamelend “nu weet ik wat ik wil”. Vertel, hoe ziet je toekomst er uit?
Mijn doel is om met mijn natuurfoto’s emotie over te brengen of los te maken, mensen te ontroeren. Een mooi compliment dat ik ooit heb gehad was van iemand die zei dat hij na het zien van mijn foto’s zin kreeg om naar buiten te gaan. Maar toen iemand mijn beelden als poëzie omschreef werd ik echt heel blij. En de presentatie van Manuel Presti bracht juist dat gevoel van poëzie naar voren, zo mooi, zo zuiver, zo puur. Ik had tranen in mijn ogen en moest even laten bezinken wat ik allemaal had gezien. Manuel verstaat de kunst uit heel gewone dingen prachtige, abstracte beelden te maken die iets bij de kijker losmaken. Dát is voor mij de kracht van fotografie.
Tot op heden heb ik vooral landschappen gefotografeerd, maar ik wil me na het zien van deze presentatie nog meer gaan richten op details van bijvoorbeeld bloemen en waterstromen. Als je goed kijkt zijn echt overal in de natuur patronen te vinden, zelfs in de kleinste details. Ik heb meteen maar een gesigneerd exemplaar van zijn boek gekocht om thuis nog eens rustig terug te kijken wat er allemaal mogelijk is.

Plantje in de duinen van Texel
Al met al zijn er ideeën en onderwerpen genoeg om nog jaren vooruit te kunnen.
Meer informatie over Wilco en zijn werk, alsmede grotere versies van de getoonde foto’s is te vinden op http://www.wilcodragt.nl
reacties
plaats hier je opmerking
