Afdrukken
‘Blowíep!’
Het thema van de Boekenweek is ‘Tjielp tjielp: de literaire zoo’ -een verwijzing naar het gedicht ‘De mus’ van Jan Hanlo (zie de Boekenweeksite voor een gezongen versie, én een ringtone!). Dit thema was ook de aanleiding voor een speciale column van Ton van Mourik.
_______________________
Nauwelijks ben ik met mijn hond het pad opgelopen of een uitbundig madrigaal van allerhande mezen, vinken, boomklevers, roodborstjes, winterkoninkjes, een specht en zelfs een vuurgoudhaantje, zet in. Terwijl de nog witter geworden bonte merel ook meedoet, links van me, grom ik vergenoegd. Dit is mijn kathedraal, hier wordt lof gezongen.
Te veel jaren zijn echter verstreken zonder dat ik wist welke veervriend ik soms hoorde. Ja, duif, merel en mus, maar dan had je het wel gehad. Ik had dan ook een mateloze bewondering voor iedereen die schijnbaar achteloos de ene na de andere vogel wist thuis te brengen of zelfs kon imiteren. Maar geen nood, dacht ik, dat valt te leren. Ik zat immers steeds vaker en langer in het veld. Bovendien waren er altijd nog boeken, tv en soundfiles op internet. Hoe ver kan een mens ernaast zitten…
Ik weet nog goed hoe onze nationale natuurkabouter Nico de Haan geanimeerd een wegvliegende specht beschreef: ‘Dat potlood en dan “blowíep”!’ Blowíep? Je zou het niet zeggen, maar ‘s mans gezicht wekte de indruk dat hij het meende. Ik begon er dan ook op te letten, buiten, maar hoorde nooit ‘Blowíep’. Ook potloden signaleerde ik alleen in de kantoorboekhandel. Hoe het ook zij, wellicht dat de vogelgidsen uitkomst boden.
Na het zeer aan te raden gidswerk van treurvogel Dorrestijn doorworsteld te hebben, wist ik inderdaad iets meer over het uiteenlopende getwinkeleer. Niettemin bleek ook hij regelmatig zijn toevlucht te nemen tot aanduidingen als, laat ik zeggen, ‘Ioewíe, Ioewíe’. De kroon spande echter de ruigpootuil in de vogelgids van Readers Digest:
‘de zang van het mannetje is een hol, aanzwellend “boeboeboeboeboe”. Bovendien hoort men een bijna smakkend “tsjoek” en een nasaal “kjoewèèk”‘.
Even vroeg ik mij af of ik niet per abuis een peuterboek had gepakt, maar de colofon maakte wel degelijk melding van wetenschappers en ervaren werkgroepen die, na jarenlange studies, tot deze vocale conclusies waren gekomen.
Op dat moment werd het me duidelijk: de enige manier om de contactroep, lokroep of alarmroep van welke soort dan ook te leren, is door eindeloos in het veld te kijken en te luisteren en het desbetreffende geluid op te slaan in je eigen bol – herstel – van nature meegekregen geheugenbank. Het aardige daarbij is dat je, naarmate de tijd vordert, zelfs individuele exemplaren van een bepaalde soort kunt leren herkennen. Kicken vind ik dat. Het is net als bij mensen: ze praten allemaal wel, maar er bestaat een keur aan individuele klankkleuren, ook nog eens afhankelijk van tijd, plek, situatie en stemming.
Gisteren nog kwam mijn lief terug uit het bos en zei: ‘Ik hoorde zo’n aparte roep.’ Toen ik haar vroeg het na te doen, keek ze me glimlachend aan en zweeg.
Ja, ook wij hebben geleerd elkaar te verstaan.
reacties
plaats hier je opmerking
